Het gevaar op een fietsreis – Verveling

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

De sleur van het bestaan

Het gevaar op een fietsreis - Verveling - Verlepte zonnebloemen

Ik ben nog niet klaar met alle ellende die de kop moet worden ingedrukt. Ik heb het nu gehad over alle externe factoren die roet in het eten kunnen gooien, maar helaas is het niet alleen het fysieke onheil, met als uiterste consequentie de dood, dat je boven het hoofd hangt. Er is iets dat nog veel gevaarlijker is dan de ergste oorlog of de meest dodelijke ziekte. En dat gevaar komt van iemand die je nooit zult kunnen ontlopen.

Dat gevaar, dat ben je zelf.

Met die levensgevaarlijke sluipmoordenaar zit je ieder moment van de dag opgescheept. Een sluipschutter die met scherp schiet. Hij schiet met eenzaamheid. Met depressie. Met verveling. En als hij je eenmaal geraakt heeft, dan is alles verloren.

Als de eenzaamheid eenmaal heeft toegeslagen, en na een paar maanden het besef doordringt dat het helemaal niet zo leuk is om helemaal alleen op reis te zijn, dan is er geen houden meer aan. Als je van verveling zo depressief bent geworden dat elke dag steeds meer hetzelfde wordt als de vorige, dan is het moment nabij dat je het niet meer op kunt brengen om ook nog maar één nacht door te brengen in zo’n sfeerloze hotelkamer, waar je enige gezelschap bestaat uit een televisie die alleen maar Poolse woorden uit blijft kramen. ’s Morgens opstappen wordt met de dag een zwaardere opgave, net zolang tot het leven een dood- en doodongelukkig makende, ondraaglijke helse sleur is geworden en je aan niets anders meer kunt denken dan aan zo snel mogelijk naar huis gaan.

Al het moois van de wereld

Het beste wat je aan die dodelijke sleur, aan die hemeltergende verveling kunt doen, is die voorkomen. Door hem altijd een stap voor te blijven. Door zoveel bijzondere, zoveel mooie en diverse dingen te doen, dat de verveling geen mogelijkheid ziet om toe te slaan.

En zeg nou zelf, hoe moeilijk kan dat zijn als je dwars door al die verschillende exotische culturen reist? Hoe kun je nou in hemelsnaam in een sleur terechtkomen als er zoveel moois te zien en te doen is in de wereld?

Antieke steden. Afrikaanse smurfendorpjes. Afgelegen ruige kusten van kabbelende oceanen. Besneeuwde weidse berglandschappen. Spectaculaire wolkenluchten. Geelgekleurde herfstbossen. Velden vol verlepte zonnebloemen. Legendarische rivieren. Zwarte koeien in de mist. Overweldigend lege woestijnen. Chaotische hoofdsteden. Communistische architectuur.

Mangobomen. Rendieren. Olifanten. Giraffen. Struisvogels. Bavianen. Een kudde kamelen. Felgekleurde sprinkhanen. Vogels met lange snavels, die vrolijk fluitend op een hek zitten. Trotse zwarte vrouwen in bontgekleurde gewaden met veel te zware kruiken op hun hoofd. Schattige kerkjes. Indrukwekkende moskeeën. Massieve kastelen. Een moerassig grensgebied. Idyllische palmstranden. Hartverscheurende sloppenwijken. Verongelukte vrachtwagens. Een rotspartij. Een spookstad. Een waterval. De Kreeftskeerkring. Een spontane ontmoeting. Een kopje thee onderweg.

Spectaculaire wolkenlucht, Polen
Spectaculaire wolkenlucht, Polen
Klooster van Wigry, Polen
Klooster van Wigry, Polen
Zwarte koe, Moldavië
Zwarte koe, Moldavië
Zomaar een waterval, Ew=stland
Zomaar een waterval, Ew=stland

Schatten in mijn hoofd

Er is overal zoveel te doen, zoveel te zien en zoveel te beleven dat ik soms bijna naar wat verveling verlang. En het is niet alleen de buitenwereld waarin zoveel te beleven valt. Ook in mezelf zit zo langzamerhand een ongelofelijke wereld van ontelbare avonturen verborgen.

Hoe zalig kan het zijn om op een rustige, lange, weinig enerverende weg een ritme te vinden en me te verliezen in die onuitputtelijke bron van kennis, gebeurtenissen en gevoelens die zich in al die jaren in me heeft opgehoopt.

Op elk gewenst moment kan ik terug naar de Chinese Muur, de Rocky Mountains, het Colosseum of de Scheveningse pier. Ik kan het Griekse alfabet opzeggen of ‘Je Loog tegen mij’ van Drukwerk uit volle borst met Harry Slinger meezingen.

1996: Chinese Muur
1996: Chinese Muur
1994: Colosseum, Rome
1994: Colosseum, Rome
2009: Rocky Mountains, USA
2009: Rocky Mountains, USA
1996: Scheveningse pier
1996: Scheveningse pier

Onuitputtelijke bron

En er is zo ontzettend veel.

Mijn moeder die op zaterdagmiddag, met haar hoofddoek nog op, in het winterdonker op de fiets thuiskomt van haar werk in de slagerij. Voetballen met mijn vader en hond Pasja en dan steevast weggestuurd worden door iemand van de gemeente. Aztec Challange spelen op de Commodore 64 die ik kreeg toen ik twaalf jaar werd. Werken als heftruckchauffeur in een
cd-fabriek of als afwasser in een wintersporthotel. De geur van voetbalveld op een zonovergoten dag aan het begin van de lente. Een stomdronken polonaise met Mike in de sneeuw buiten de kroeg. Het WK veldrijden in België met Patrick en 60.000 gestoorde Vlamingen.

De dag dat ik met Marloes op een bankje aan het water zat en willens en wetens terecht mijn hart aan haar verloor. De dag dat mijn vader doodging en mijn zus en zwager me van school kwamen halen, net op het moment dat de gymles zou beginnen. De dag dat mijn moeder doodging, nog maar zo kortgeleden. Mijn zus Esmeralda, voordat ze een hersenbloeding kreeg. Mooie films, mooie boeken, mooie liedjes, mooie meisjes van de lagere school. Een één halen bij een mondelinge overhoring Duits en daarna toepen in de pauze. Bewust de bus terug missen op een sportdag van het werk en daarna bier blijven drinken in de zon. Raspatat van snackbar Röling.

Orgellessen, wandeltochten, postzegelverzamelingen, studieboeken, oude vrienden, vergaderingen op kantoor. Wonen op een woonboot en zwemmen bij Strand Nulde. Erwtensoep met rookworst van de Hema. IJskoude jenever. Gelopen blauwtjes, gebroken botten, gekwetste gevoelens en verloren gewaande gedachten. Een tedere streling, een zwoele blik, een zoen in het donker. Een helder moment.

Alles is er nog

En zo zou ik bladzijden lang door kunnen gaan. Ik kan het zo gek niet bedenken of ik kan er naartoe. Terug in de tijd. Naar leuke, minder leuke, heerlijke, gênante of ronduit nare momenten. Soms is alleen een geur, een kleur of een geluid genoeg om me terug te brengen naar die lang of minder lang vervlogen tijden. Soms moet er wat dieper worden gegraven. Maar hoe dan ook, alles blijkt er nog te zijn. Alles is er nog. Alles is er nog!

Ja, alles is er nog. Maar niet altijd.
Soms heb ik geen behoefte aan oeverloze gedachten aan lang vervlogen tijden. En ook dat is goed. Dat zijn misschien zelfs wel de mooiste dagen. Geen oog voor de omgeving. Geen overpeinzingen of geuren die iets met me doen. Niets. Alleen maar fietsen. Zon op het bolletje. Wind in de rug. Glimlach op het gezicht. Verder niets. Alles gaat vanzelf. Er is niets en alles is mooi.

Volgende: Het gevaar – Eenzaamheid
Vorige: Het gevaar – De dood
Of begin hier gewoon bij het begin van mijn boek ‘Figurant in de Hoofdrol’

Categorieën: 11 Het Gevaar

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.