Bidden in de nacht

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

April 2016. Athos.

Bidden in de nacht - Athos - monnik op het strand
Monnik op het strand in Athos

Alsof er een atoombom naast m’n oor ontploft.
Zo klinkt het.
Zo voelt het.
Dat gepiep.
Van die kutwekker.

Kwart over 3 is het.
En het is tijd om op te staan.
Tijd om naar de kerk te gaan.

Blijven liggen is aantrekkelijk en heel even twijfel ik.
Want verplicht is het niet om te gaan.
Dat niet.

Maar er is me met klem op het hart gedrukt dat het wel héél erg zal worden gewaardeerd als ik dat wel doe.
En het is nu ook weer niet zo dat het koud op m’n dak valt. Dat het een enorme en onaangename verrassing is dat ik plotseling midden in de nacht naar de kerk moet. Het is zelfs een van de belangrijkste redenen van mijn bezoek aan dit haast onvoorstelbare plekje op het Europese continent.

De orthodoxe kerk

Agion Oros. Oftewel de berg Athos.
Het meest rechtse van de drie schiereilanden aan dat misvormde handje in het noordoosten van Griekenland.
Dat is de plek waar ik na veel moeite eindelijk ben beland.

Wat is daar nou te beleven? Hoor ik je je hiervandaan afvragen.
Nou… dit is hét pelgrimsoord voor aanhangers de orthodoxe kerk.
En wat moet jij daar dan? Is je volgende vertwijfelde vraag.
Tsja… iets met bloed dat weer eens kruipt waar het eigenlijk niets te zoeken heeft.

En die orthodoxe kerk, wat is dat in hemelsnaam?
Wel… kort en veel te simpel gezegd is dat de katholieke kerk van Oost-Europa.

Stel je de katholieken en de orthodoxen maar voor als twee koppige Groningse broers. Na het overlijden van hun vader zijn ze allebei in de boerderij van hun ouders blijven wonen, maar sinds er 1000 jaar geleden een vlammende ruzie is ontstaan praten ze niet meer met elkaar, en bewerken ze stilzwijgend ieder hun eigen helft van het erf. Zonder ooit ook maar een voet over de denkbeeldige grens te zetten.

Zo af en toe is er een voorzichtige poging tot verzoening tussen de twee religieuze mogendheden.
‘Paus, kijk toch uit! Een terrorist!’ is steevast mijn eerste reactie als ik weer eens beelden zie van de paus, die een verkrampte poging doet glimlachend handen te schudden met een ongure, volledig in het zwart geklede man met onverzorgde baard en woeste ogen: zijn orthodoxe amtsgenoot.
Dus, nee. Echt goedkomen zal het hoogstwaarschijnlijk na bijna een millennium niet meer tussen die twee.

Athos

Iedere religie heeft zo haar sacrale plekken waar de godenverering tot een absolute uitspatting kan komen. En waar de moslims Mekka hebben, en de kathlolieken Vaticaanstad, daar hebben de orthodoxen Athos. Een welhaast onbereikbare plek, zeker voor ongelovigen als ik, weggestopt op een schiereiland van een schiereiland van een schiereiland in het uiterste puntje van Europa.

Technisch gezien hoort Athos bij Griekenland, maar in de praktijk is het een autonoom stukje land. Een stukje land waar het lijkt of de tijd even heeft stilgestaan. Figuurlijk omdat er nauwelijks moderne foefjes als elektriciteit zijn te vinden. Maar ook letterlijk omdat ze nooit zijn overgestapt op de Gregoriaanse kalender, zoals de rest van de wereld, waar ze nu nog altijd 13 dagen achterstand op hebben.

Er zijn twee minuscule dorpjes te vinden, wat kleine leefeenheden en verder twintig kloostergemeenschappen, afkomstig uit alle gebieden waar het orthodoxe geloof wordt aangehangen. En die kloosters hebben op hun beurt weer volledige zeggenschap over wat er op hun eigen grondgebied gebeurt.

Reizen naar Athos

Athos Diamonitherion
Mijn felbegeerde Diamonitherion

Over land kun je Athos niet binnenkomen. De enige manier om er te komen is met een veerboot vanuit het plaatsje Ouranoupoli. Als je de beschikking hebt over een zogenaamd Diamonitherion tenminste, een officieel certificaat dat tevens als entreebewijs fungeert.

En zo’n Diamonitherion krijg je niet zomaar in je schoot geworpen. Je kunt er niet zomaar op de bonnefooi heen. Per dag mogen niet meer dan 10 niet-orthodoxen het schiereiland betreden en het is dus zaak ruim op tijd te beginnen met het hele administratieve proces.

En als die toestemming bij Gratie Gods’ wordt verleend, dan zijn de regels dat je maximaal één nacht in ieder klooster en maximaal drie nachten op het grondgebied van Athos mag blijven. Je mag je voorkeur uitspreken voor de plekken waar je wilt overnachten, en per klooster wordt dan bepaald of er op die bepaalde dag plek voor je is.

Die toestemming heb ik gekregen. En ik kon op pad.

Trein naar Schiphol. Vliegtuig naar Thessaloniki. Bus naar Ouranoupoli.
Daar in alle vroegte dat felbegeerde Diamonitherion ophalen en op de veerboot stappen. Goed opletten bij welke halte je je bevindt, want dat wordt nergens aangegeven. Uitstappen en plaatsnemen in de bus, die me uiteindelijk naar mijn eerste klooster heeft gebracht, het klooster waar net die rotwekker veel te vroeg is afgegaan.

Klooster 1: Megistis Lavras

Bidden in de nacht - Megistis Lavras Klooster Athos
Klooster Megistis Lavras

Als ik mezelf uit mijn bed en in de kleren hijs die ik gisteravond op een hoopje op mijn rugzak heb achtergelaten, is het 10 voor half 4. Mijn slaapzaal is dan al bijna leeg. Twee mannen zie ik nog net de deur uitlopen, maar de meesten zijn al lang en breed uit de veren.

Met mijn slaperige ogen loop ik naar het gebouw waar het moet gaan gebeuren. Ik neem plaats in een van de houten en uitermate oncomfortabele stoelen langs de wand van de buitenste zaal. Ik zie wel dat de binnenste zaal veel fraaier is, maar daar mag ik niet naar binnen. Die ruimte is bestemd voor de ware gelovigen. En niet voor toeristen als ik.
Ik ken mijn plek.

Onder hypnose

Het gezang, of eigenlijk is het meer gebrom, komt langzaam op gang. Naarmate het aanzwelt wordt het bombastischer. Hypnotiserender ook.
Ideaal om wakker te worden is het niet. Eerder het tegenovergestelde. Zeer geschikt om bij in slaap te vallen. Helemaal om 4 uur in de ochtend.
Maar het is er fijn. Geborgen.

Gedachten verdwijnen helemaal of zijn juist uitermate dominant aanwezig. Helder. En surrealistisch. Als in een droom.
Een onverwacht geluid doet me opschrikken.
Ik kijk om me heen.
Gelukkig ben ik niet de enige die zo nu en dan dreigt in te dommelen.

Ik heb natuurlijk geen idee van wat ik precies geacht word te doen. Dus doe ik maar na wat de rest ook doet. Als iedereen opstaat, doe ik dat ook. Als iedereen weer gaat zitten, dan zit ik een fractie van een seconde later ook weer op mijn houten stoel. En als na 5 uur de hele meute vrij plotseling naar buiten wandelt, volg ik de menigte volgzaam.

Half 9 is het, als aan deze magische hallucinatie een einde komt. Buiten is het inmiddels licht en ik ben klaarwakker. Wakkerder dan ooit.

Lopen

Wandelen tussen paarse bomen op Athos
Wandelen op Athos

Het spirituele gedeelte is alles wat ik ervan had verwacht. En gehoopt. Meer zelfs nog. Maar het urenlange bidden is niet het enige wat me heeft aangetrokken tot deze tot kloostergemeenschap gebombardeerde berg.

De rust is namelijk niet alleen binnen in de kloosters te vinden. Op de bussen om de pelgrims te vervoeren en wat auto’s van werklui na, is er totaal geen verkeer op dit schiereiland. De natuur is daardoor ongerept. Wild en mooi. Uitermate geschikt voor lange wandelingen dus.

En nu er verder toch weinig te beleven valt en mijn volgende klooster op loopafstand ligt, besluit ik de bus te laten voor wat het is en de wandelschoenen onder te binden.

Het is geweldig. Hier te wandelen.
De rust is totaal. Insecten zoemen erop los, bomen zijn lichtgroen, donkergroen, heldergroen, dofgroen of paars, en de zee, die zo nu en dan tussen die bomen door tevoorschijn is geschilderd, is van een heldere, geheimzinnige kleur blauw.

Na een uur of 4 krijg ik voor het eerst zicht op mijn slaapplek van vanavond. Een onwaarschijnlijk spectaculair bouwwerk, dat boven op de rots waaruit het is gehouwen lijkt te wankelen en zo op het eerste gezicht ieder moment pardoes in zee kan storten.

Klooster 2: Simonis Patras

Bidden in de nacht - Simonis Patris Klooster - Athos
Klooster Simonis Patras

Ik heb al op heel wat verschillende plekken overnacht, maar zonder twijfel kan ik zeggen dat dit de meest magnifieke plek is waar ik ooit heb geslapen, en waarschijnlijk ook waar ik ooit zal slapen.

Mooi op tijd kom ik er aan. Mooi op tijd voor de avonddienst.
Want op plekken als deze wordt er natuurlijk niet alleen in de ochtend gebeden. De hele dag staat in het teken van de Heere der Heeren. En dus ook de hele avond.

Vergeleken met het vorige klooster, dat groot en vrij massaal was, is de sfeer hier gemoedelijk. Gezellig is het er bijna.
Ik heb nog tijd voor wat koetjes-/kalfjesgesprekken met een paar mannen in zwart, die veel vriendelijker zijn dan ze op de televisie lijken, en voor een korte rustpauze op mijn eenvoudige bed. Daarna moet ik weer in de benen om niet te laat in de fraaie kerk te verschijnen.

En daar zit ik dan weer. Voor de tweede keer vandaag. Op mijn bankje aan de zijlijn. Alsof ik er niet weg geweest ben.

Het Avondeten

Nu is één zo’n dienst per dag nog uitstekend te doen. Maar twee van die urenlang durende houten-bank-sessies binnen één etmaal is toch een wat grote opgave.

Ik heb het zwaar, zeker het eerste uur.
De voordrachten en gezangen lijken een eeuwigheid te duren en het weinig meegevende houtwerk begint steeds meer aan te voelen als een ongenadige geseling voor mijn tedere achterwerk.

Gelukkig is er halverwege een onderbreking. Voor het avondeten.
Maar om nou te zeggen dat dat een gezellig onderonsje wordt, waar ik lekker de tijd heb om even bij te keuvelen met mijn medekerkgangers, nee, dat zou overdreven zijn.

Er wordt een half uur voor uitgetrokken. Voor het diner. En in dat half uur moet iedereen van eten worden voorzien. Vervolgens wordt er uitgebreid gebeden, wat betekent dat voor het eten zelf niet zo gek veel tijd meer overblijft.
De soep, de melk, de salade, het onbestemde papachtige goedje, het brood en het fruit moeten stilzwijgend en in een rap tempo naar binnen worden gepropt.

Ik krijg als een van de laatsten te eten en als de bel gaat ben ik net halverwege mijn bord.
Dooreten is geen optie.
Wat er precies gebeurt als ik dat wel doe weet ik niet, maar als ik zo naar de gezichten van de toezichthoudende zwartgeklede mannen kijk, die toch echt een stuk minder vriendelijk uit hun ogen kijken dan vanmiddag, lijkt het me beter dat niet nu uit te gaan vinden.

Ik leg daarom mijn vork maar gedienstig neer en loop terug. Terug de kerk in. Voor het laatste restje onverstaanbaar geprevel van vandaag.

Klooster 3: Chilandariou

Bidden in de nacht - Chilandariou Klooster - Athos
Klooster Chilandariou

Twee kerkdiensten en tussendoor een wandeling van een paar uur. Dat gaat je niet in je kouwe kleren zitten en dat maakt het opstaan de volgende nog wat ingewikkelder.
Half indommelen komt nog wat veelvuldiger voor dan gisteren en de dienst lijkt nog wat langer te duren.

Maar er komt een einde aan en om 9 uur sta ik weer in het daglicht. Ik neem een korte koude douche en nadat ik mijn rugzak heb gepakt ga ik weer op pad.

Mijn bestemming voor vandaag ligt te ver weg om lopend te bereiken.
Ik klauter de steile rotswand waar het klooster op is gebouwd af en wacht beneden bij de steiger tot ik word opgehaald door de boot. Twee haltes verder stap ik die boot af en het minibusje dat me de berg op naar het volgende klooster gaat rijden in.

Mijn hotel voor vandaag is een prachtig complex, dat midden in het bos ligt. Het is weliswaar niet zo indrukwekkend als het vorige, maar nog altijd indrukwekkend genoeg om mijn mond open te laten vallen als ik er vanaf een heuvel op uitkijk.

Het is een bijna 1000 jaar oud Servisch klooster, dat nog wat Spartaanser is dan de vorige twee, en waar de mensen wat stugger, ook wat onvriendelijker zijn dan gebruikelijk.
Ik volg er de inmiddels gebruikelijke rituelen routinematig.
Avonddienst. Slapen. Ochtenddienst.
Het enige wat afwijkt is het eten.
Dat is er niet.
Ik heb het geluk dat de tijd van vasten zojuist is begonnen. En eten zit er dus vandaag helaas niet in.

De bewoonde wereld

Het drukke Thessaloniki
Terug in het oor- en oogverdovende Thessaloniki

Na het ochtendritueel wandel ik in 2½ uur tijd de bergweg af naar het strand, waar ik geduldig wacht op de boot, die keurig een uur achterloopt op schema en me weer terug de bewoonde wereld in vaart.

Ik breng nog een nachtje door in Ouranoupoli, neem dan de bus terug naar het schijnbaar plotsklaps oor- en oogverdovende Thessaloniki, doe me daar nog een avondje tegoed aan verse vis en retsina en vlieg de volgende dag terug naar huis.

Vrouwen en internetmannetjes

Drie dagen op Athos.
Wonderbaarlijke dagen waren het. Spirituele dagen, die op zijn minst een eeuwigheid leken te duren. Drie dagen die ik nooit meer zal vergeten, die ik voor geen goud had willen missen, en die ik nooit meer over wil doen.

En mocht je nou dolenthousiast zijn geraakt en niet meer kunnen wachten tot je ook op deze plek kunt zijn, wat ik me goed voor kan stellen, want wie wil er nou niet drie dagen zonder elektriciteit op houten kerkbankjes zitten en smakeloos eten naar binnen stouwen, dan heb ik goed nieuws. Dat kan!

Het is weliswaar wat gedoe om hier te komen, maar er zijn internetmannetjes die het papierwerk en de reserveringen voor je kunnen regelen en ook vertrekken er directe vluchten van Schiphol naar Thessaloniki.
Daar liggen dus nauwelijks problemen.

Het enige probleem dat kan opdoemen, voor een bezoek aan Athos dan, is de manier waarop je uit de schoot van je moeder bent gekropen.
Er is namelijk één belangrijke en strikte voorwaarde waar je aan moet voldoen om toegelaten te worden tot dit absurde stukje land.

Je moet een jongetje zijn.
Is dat niet het geval, dan houdt het op. Dan kun je een bezoek wel op je buik schrijven.
Want vrouwen, die zijn op Athos een absoluut taboe.

Volgende artikel: Rillen in de dorpsraad
Vorige artikel: Woonstress voor gevorderden
Meer van mijn reisbeslommeringen lezen? Klik
hier voor een vakantie naar IJsland, of hier voor een vakantie naar Zimbabwe. Of begin hier met het lezen van mijn boek over de fietsreis die ik heb gemaakt van de Noordkaap naar Kaapstad.

Categorieën: Schrijfsels

2 reacties

Inge · 18 juni 2019 op 14:13

Ben blij dat ik een vrouw ben…..

René Geerars · 18 juni 2019 op 15:19

Sfeervol en duidelijk reisverslag. Dank daar voor en fraaie toepasselijke foto’s. (René Geerars – Deventer).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.