De boot naar IJsland

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

November 2018. Een vakantie.

Met de boot naar IJsland - in de sneeuw

Bijna is het zover. Nog een maandje. Na de kerst vertrek ik naar Zimbabwe. Naar de zomer. De zon. De hitte. Naar een huis. Een relatie. Een gezin.

Maar voordat ik naar Afrika vertrek, moet en zal ik nog even iets anders doen. Noem het een vos-verliest-wel-zijn-haren-verhaal, maar ik moet er nog even tussenuit.

Ik wil een paar weken naar de winter. De sneeuw. De kou.
Een paar weken zwerven. Een paar weken helemaal alleen in het donker van de IJslandse winter.
Dat is wat ik nog wil.

Al zeker een decennium lang zoek ik op internet af en toe stiekem het schema op van de boot die van Denemarken naar IJsland vaart. En nu moet het er, op de valreep, toch echt een keer van komen.

Ik besluit er iets van een halve rondreis van te maken.

Ik vind een busmaatschappij waar ik nooit eerder van heb gehoord, Flixbus, die me voor weinig geld eerst naar Hamburg en een dag later naar het noorden van Denemarken vervoert.
De tickets zijn zo goedkoop dat ik er niet alle vertrouwen in heb dat het goed gaat komen, maar beide ritten zijn verbazingwekkend punctueel en comfortabel. Er is zelfs wifi aan boord.

FlixBus

Daarna volgt de tocht met de veerboot.

Omdat ik ook wat tijd op de Faeröer Eilanden door wil brengen, stap ik na twee dagen uit in Tórshavn, de hoofdstad van de eilandengroep. De boot vaart in de winter precies eens per week, wat betekent dat ik hier over precies een week weer zal worden opgepikt.

Vergeten

Vanaf het moment dat ik door de boot in Tórshavn wordt afgezet, verloopt mijn tripje precies zoals ik vooraf had gehoopt: helemaal niets gaat zoals het zou moeten gaan.
Alles gaat aanvankelijk mis en uiteindelijk komt het allemaal ook weer goed.

Er is me beloofd dat ik de sleutel voor de kamer die ik in Tórshavn heb gereserveerd in het afgesloten kistje aan de muur van het huisje zal aantreffen.
Ik vind het kistje aan de muur. De cijfercode klopt. Maar een sleutel hangt er niet in.

De eigenaresse kan ik niet bereiken en pas nadat ik twee uur in het donker op de stoep heb zitten wachten komt nota bene haar moeder me redden. Wat ze precies komt doen weet ik niet, iets brengen geloof ik, maar ze kan me in ieder geval de kamer binnenlaten.
Ik blijk simpelweg vergeten te zijn.

Tórshavn, Faeroër Eilanden

Verkeerde eiland

Twee dagen later heb ik minder geluk.

Met mijn rugzak trek ik vanuit Tórshavn de berg over, naar de veerpont die me naar het eiland Sandoy gaat brengen. Op dat eiland heb ik op een rustige plek een kamer gehuurd voor het restant van de week die ik op deze eilanden ga doorbrengen.

Als ik vanuit het pontje op de kade stap is het al lang en breed donker.
Ik ga op op zoek naar mijn slaapplaats.
Ik zie weinig, maar het stadje is niet al te groot en al snel vind ik de straat waar ik moet zijn.
Die straat loop ik in.
Ik ga op zoek naar het juiste huisnummer, maar lang duurt het niet voor de straat doodloopt. Ver voordat die dat zou moeten doen.

Licht verontrust klamp ik een jonge vrouw aan, die juist in haar huis dreigt te verdwijnen.
Ik vraag haar waar ik mijn slaapplaats kan vinden.

Ze kijkt eerst serieus en vervolgens vragend naar het adres dat voor haar neus op het uitgeprinte papiertje staat vermeld.

Ze kijkt nog een keer goed en plotseling kijkt ze minder vragend. Ze kijkt alsof er een lampje gaat branden. Ze herkent iets. Ze weet wie de vrouw die het huisje aan me gaat verhuren is, en ze weet zelfs waar die mevrouw woont.

En dat is niet hier. Niet in deze straat. Niet in deze buurt. Niet in dit dorp en zelfs niet op dit eiland.

Ik ben naar een hele verkeerde plek gestuurd.

Redster in nood

De lieve dame neemt me mee in haar huis. Ze gaat op zoek naar de gegevens van mijn beoogde hospita en in de tussentijd voert ze me koffie en soep met broodjes.

Mijn redster in nood blijkt een begenadigd speurneus te zijn. Via via via komt ze achter het juiste telefoonnummer van mijn mysterieuze onderkomen. Als dat nummer geen gehoor geeft stuurt ze wat berichtjes uit en niet veel later word ik gebeld door de vrouw van mijn gasthuis.

Die blijkt inderdaad op een heel ander eiland te wonen. Ik vertel haar dat ik nu niet meer kan komen, adviseer haar contact op te nemen met Booking.com, zodat dit niet iedere week gaat gebeuren en leg haar vriendelijk uit dat ik ook morgen niet kom, omdat ik niet mijn hele vakantie wil besteden aan het heen en weer varen tussen verschillende eilanden.

Ik verbaas me over de situatie.
Op zich is het al vrij apart dat ik een totaal verkeerd adres heb gekregen, maar wat ik pas echt gek vind, is dat het er verdacht veel op lijkt dat alle vijftigduizend inwoners van dit land elkaar kennen.
Stel je voor dat er op straat een wildvreemde naar je toe komt. Hij vraagt je of je Fred van Puffelen uit Nunspeet kent, en je weet dan precies wie hij bedoelt. En tenzij je zelf uit Nunspeet komt en naast Fred van Puffelen woont, zou dat best raar zijn. Toch?

Hotels en houten huisjes

Ik moet nog wel ergens slapen vannacht en ik vraag mijn reddende engel tussen twee happen soep door of er verder nog slaapgelegenheden zijn op het eiland.
Er blijkt niet zo lang geleden een hotel geopend te zijn in een dorp twintig kilometer verderop.
Ze belt daarop eerst het hotel om te vragen of er plek is. Dat is er. Daarna belt ze haar zoon om te zeggen dat hij de winkel moet sluiten, zodat hij mij met de auto naar dat hotel kan brengen.

Een uur later zit ik aan de hamburger met patat in het restaurant van het hotel.
Ik ben opgelucht en blij met de oplossing die me in de schoot geworpen is, maar langer dan een nacht wil ik niet blijven op deze iets te dure, en veel te sfeerloze plek.

Zoekend naar een beter en betaalbaarder onderkomen, kom ik er al snel achter dat in hetzelfde gehucht, minder dan 200 meter bij het hotel vandaan, een geweldig, tweehonderd jaar oud, houten huisje met twee verdiepingen te huur is.

Ik aarzel niet, boek het huisje en blijf daar vijf dagen lang in wonen.

Daarna moet ik terug naar Tórshavn, om mijn boot naar IJsland te halen.

Houten huisjes, waaronder de mijne, in het dorp Skalavik

Busverbindingen

De boot vertrekt stipt op tijd en de tocht tussen een groot aantal van de licht besneeuwde eilanden door is, om er maar een paar dooddoeners op los te laten, adembenemend, fabelachtig en onvergetelijk.

Na bijna een dag varen word ik afgezet aan de oostkust van IJsland, in het stadje Seydisfjordur.

En nu was het op de Faeröer koud.
Maar op IJsland is het kouder.
Er ligt een dik pak sneeuw en het vriest er dat het kraakt.

In deze tijd van het jaar rijden er niet veel bussen, maar ik heb vooraf uitgezocht dat er een verbinding moet zijn tussen de haven en mijn verblijfplaats, zo’n 250 kilometer verderop.

Echt een knap staaltje speurwerk blijkt dat niet te zijn geweest.

De busverbinding die ik heb gevonden bestaat wel, maar mijn inschatting dat de vertrektijd van de bus wel zou aansluiten op de aankomsttijd van mijn schip, blijkt volledig uit de lucht gegrepen.
Als de boot aanmeert, is die bus al ruim een uur weg. En de volgende gaat pas over drie dagen.

Ik besluit dus maar te gaan liften.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want veel verkeer dat richting het barre noorden van dit land rijdt is er niet. De auto’s die langskomen moeten allemaal naar een dorp in de buurt en nadat ik anderhalf uur zonder resultaat heb staan blauwbekken, besluit ik mijn duim weer lekker warm in mijn jaszak te steken.

Maar net als ik op het punt sta het op te geven en terug naar het centrum te lopen, komt er plotseling een bestelbusje langs, dat met piepende remmen dertig meter bij me vandaan tot stilstand komt.

Poolse vrienden

In het voertuig zitten twee Polen die naar Reykjavik moeten, om daar de door hen vervaardigde houten deuren af te leveren. En omdat ze ook in IJsland geen enkele Pool die met zelfgemaakte deuren rondrijdt vertrouwen, is het busje van binnen en buiten gecontroleerd. Zodoende waren mijn vrienden de allerlaatsten die van het haventerrein af mochten.

Zij zijn daar niet zo over te spreken.
Ik ben er wel blij mee.
De vriendelijke en vrolijke Polen waren me gisteren op de boot wel opgevallen. Ze waren zo straal- en straalbezopen dat het me bijna verbaast dat ze in staat zijn vandaag dit eiland half rond te rijden, maar een paar uur later zetten ze me keurig af bij het hotel dat ik geboekt heb, aan het idyllische Myvatnmeer.

Daar zal ik drie dagen blijven.
Althans, dat is nu nog de bedoeling.

Sneeuwstorm

Of dat ook gaat lukken is nog maar de vraag.
Er is namelijk voorspeld dat heel IJsland getroffen zal worden door een fikse sneeuwstorm en voor de komende dagen is dan ook voor heel het land code geel afgegeven.

De volgende dag breekt de storm daadwerkelijk los. Hij ontwricht het hele land. Het overgrote deel van de weg die rond het eiland loopt wordt afgesloten en ik kan geen kant op.
De bus die ik moet hebben om hier weg te komen, die kan ik wel vergeten.

Ik zit hier dus zeker een paar dagen langer vast dan gepland.
Maar ja, daar doe je weinig aan.

Opgewekt probeer ik er het beste van te maken.
Omdat ik nu toch tijd zat heb, zie ik het maar als een mooie gelegenheid een hele dag lekker te gaan drijven in het warme water van de thermale baden die vier kilometer verderop liggen.

Over de afgesloten hoofdweg ga ik op pad. Dwars door de sneeuwstorm, die in ons land ontegenzeggelijk code donkerzwart zou hebben gekregen, maar die hier wordt afgescheept met niet meer dan een code geel.
De striemende wind jaagt de sneeuw in mijn gezicht. Ik zie geen hand voor ogen en ik kan nauwelijks blijven staan.
Maar dat is niet erg.
Sneeuwpret is sneeuwpret. Ook als je 45 bent.

Te koud om te zwemmen

Als ik de voordeur van het badencomplex open, lijkt het of het voltallige personeel me op staat te wachten.
Een knappe IJslandse komt naar me toe om verhaal te halen. Verbaasd vraagt ze me in vlekkeloos Engels wat ik in hemelsnaam kom doen.

Ik leg uit dat ik kom zwemmen.

Ja, ik mag het water heus wel in.
Als ik dat echt wil.

Maar ze raadt me vriendelijk aan een andere balk te zoeken om mijn goede geld overheen te smijten. Door de harde koude wind zijn de warmwaterbaden volgens haar op dit moment niet warmer dan een iets te koud zwembad, en zal erin springen me bijzonder weinig genot verschaffen.

Voor de zekerheid steek ik zelf mijn hand nog even in het water.
Ze heeft meer dan gelijk. Het water is verre van aangenaam warm en als ik per se nat wil worden, dan kan ik net zo goed een douche in mijn hotel nemen en daarbij de warmwaterkraan dicht laten.

Buitengesloten

We zijn een paar dagen verder en de storm is over zijn hoogtepunt heen. De kleurcodes zijn opgeheven, de wegen zijn weer open en de bus van zondag vertrekt gewoon. Met een uurtje vertraging weliswaar, omdat de wegen nog altijd nauwelijks begaanbaar zijn, maar hij vertrekt.

De aansluitende bus en de veerboot vertrekken wel keurig op tijd en als ik rond vijven op het uitgestorven eiland Hrisey aankom, is het alweer donker.
Donker is het hier eigenlijk altijd.

De kleurcodes zijn opgeheven en de bussen rijden weer

De vrouw die me deze keer een van haar kamers heeft verhuurd was begripvol geweest. Ze had er geen moeite mee mijn reservering een paar dagen te verzetten. Ze begreep ook wel dat het met dit weer niet mogelijk was me aan mijn afspraak gehouden.

Ze heeft ook geschreven dat ze op dit moment zelf niet op het eiland is. En als ik bij het huisje aankom, merk ik aan de meter sneeuw die rondom het huis ligt dat het zelfs al een behoorlijke poos geleden moet zijn dat ze thuis is geweest.

Met rugzak en al ploeg ik me door de berg sneeuw een weg naar de voordeur. Daar aangekomen tref ik deze keer de sleutel wel aan in de sleutelbox aan de muur, en eenmaal binnen is het me meteen duidelijk dat er verder geen gasten zijn.
Ik heb het huisje helemaal voor mezelf.
Heerlijk.

Mijn ingesneeuwde huisje op Hrisey

Ik zet mijn spullen op mijn kamer, trek mijn kletsnatte kleren uit, loop naar de keuken om een kop warme chocomel voor mezelf te brouwen en trek daarbij mijn kamerdeur achter me dicht.

Dat had ik beter niet kunnen doen.

De deur valt namelijk in het slot. Terwijl de sleutel nog op mijn kamer ligt.

En nu?

De FBI-agent

Er is niemand in de buurt. Er is geen telefoon, alles ligt op mijn kamer en ik kan niet met min 14 in mijn onderbroek op blote voeten terug de sneeuw in om hulp te zoeken.

Gelukkig heb ik in mijn leven net iets te veel slechte politiefilms gekeken.
Het eerste en eerlijk gezegd ook het enige wat me te binnen schiet is zo’n scène die in de meeste van die films wel voorkomt.
Je kent het wel.
Een gespierde FBI-agent die een bende drugshandelaren gaat oprollen. Nadat hij de junkies, die binnen inmiddels de heroïne door het toilet aan het spoelen zijn, nu drie keer heeft bezworen de deur open te doen, rest hem maar één mogelijkheid om binnen te komen en het hele zootje te arresteren…

Ik doe of ik de FBI-agent ben, verzamel alle kracht die ik in me heb, neem een flinke aanloop en beuk zo hard als ik kan met mijn rechterschouder tegen de deur aan.

Wonder boven wonder werkt dat.

De deur kraakt open en geschrokken ga ik op mijn bed liggen.

Ik ben blij dat ik binnen ben en weer bij mijn spullen en dan vooral bij mijn kleding kan. Ik moet er niet aan denken wat er voorgevallen zou zijn als ik de deur niet open had kunnen krijgen, maar de kans dat het op zijn allerminst uiteindelijk gênant voor mij uitgepakt zou zijn, die is levensgroot.

Wel vind ik het vervelend dat ik de hele boel heb gesloopt. Ik stuur mijn gastvrouw een e-mail waarin ik alles uitleg. Ik verwacht daarbij dat ze boos wordt, maar opnieuw is ze bijzonder begripvol.
Mogelijk vindt ze, net als ik, dat een kleine waarschuwing van haar kant hier wel op zijn plaats zou zijn geweest.

Alleen maar ellende?

Op de laatste halte van mijn minirondreis, hoofdstad Reykjavik, gaat er niet veel mis.
Ach, het zou misschien leuk geweest zijn als er op mijn walvistocht ook echt walvissen te zien waren geweest, maar dat is niet echt iets wat mis is gegaan. Meer een lichte tegenvaller.
Bovendien waren er wel dolfijnen.
En die zijn ook leuk.

Je vraagt je nu misschien wel af of het drie weken lang echt alleen maar gezeik, gedoe, ellende, kommer en kwel is geweest.
Die indruk heb ik mogelijk wel een beetje gegeven.
Maar nee. Tuurlijk niet. Het was hartstikke leuk. Hartstikke mooi. Hartstikke bijzonder.
De enige reden dat ik over al dat gesodemieter schrijf, is omdat dat nou eenmaal de leukste verhalen oplevert.

Ik had ook een verhaal kunnen maken over hoe adembenemend mooi de landschappen op de Faeröer zijn. Of over hoe schilderachtig Tórshavn is, hoe heerlijk het is om midden in de sneeuw in bloedhete natuurlijke baden te dobberen, hoe spectaculair de bevroren watervallen, de besneeuwde vulkaankraters en de ejaculerende geisers zijn.
Ik had kunnen vertellen hoe bijzonder het is om midden in de nacht helemaal alleen in de vrieskou op zoek te gaan het noorderlicht en hoe geweldig de rust is die overal heerst, of hoe lekker ik kan uitslapen omdat het ‘s ochtends tot ver na tienen donker is.

Maar dat doe ik dus niet.

Dorpje Gásadalur op Faeroër
De boot naar IJsland - Hverfjall krater bij Myvatn
Krater Hverfjall op IJsland
Landschap op Faeroër
De Boot naar IJsland - Gullfoss watervallen
Gullfoss waterval op IJsland

Volgende artikel: Benzine in Zimbabwe
Vorige artikel:
Vliegvelden
Gewoon zomaar een stukje over een vakantie in Victoria Falls kun je
hier vinden. En wil je meer lezen over de vrouw waarvoor ik de naar Zimbabwe zal vertrekken? Klik dan hier.

Categorieën: Schrijfsels

2 reacties

Maarten · 1 april 2019 op 18:50

Wat een heerlijk verhaal weer over hoe je tegenslagen verwerkt, daar kunnen veel opgejaagde, hyperactieve en negatieve types een voorbeeld aan nemen. Zoals je al schrijft, tegenslag, ja dat kan, doe je niks aan, maar uiteindelijk komt het allemaal weer goed en het is dan wel zo prettig dat je dit zonder hartkloppingen en een verhoogde bloeddruk doorkomt. Prima eigenschap

Liefs, Maarten

    Marco Singelenberg · 5 april 2019 op 14:51

    Dank voor de mooie woorden… al moet ik wel zeggen dat ik niet weet wat er met die bloeddruk was gebeurd als die deur niet was opengesprongen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.