Vijf minuten in de regen

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

Augustus 2019. Woerden.

vijf minuten in de regen

Als ik de deur uit loop is het net half zeven geweest.
Nog geen drie kwartier geleden ben ik verdwaasd ontwaakt tussen de roze tinten van de meisjesslaapkamer waar ik op logeer. De kamer waarop normaal gesproken de dochter van vrienden overnacht.
Maar zolang zij op vakantie zijn, doe ik dat.

Langs de weelderig groene begroeiing van de achtertuin slalom ik in een zo recht mogelijke weg naar de poort. Via de smalle steeg kom ik op de straat terecht en zodra ik de weg langs het water bereik begint het te regenen.
Niet heel hard.
Maar hard genoeg.
Het regent op de manier waarop het alleen in Nederland kan regenen.

Miezerregen.
Motregen.
Druilerig.
Zeikregen.

Het zal niet voor niets zijn dat we zoveel woorden gebruiken om dezelfde, meest lullige weersomstandigheid die er bestaat mee aan te duiden.

Goochelen met paraplu’s

Het station van Woerden is maar een kwartier lopen en als altijd twijfel ik toch even of het wel hard genoeg regent om de paraplu uit mijn rugzak tevoorschijn te halen.
Hoewel mijn gevoel zegt: ‘Stel je niet zo aan’, weet ik uit ervaring dat, als ik gewoon zo door blijf lopen, ik lang voordat ik in de trein zit helemaal doorweekt zal zijn. En ik ben Hollander genoeg om het afschuwelijk te vinden drijfnat aan mijn werkdag te beginnen.

Ik zwaai de rugzak dus maar van mijn rug, voel me een nog ergere Hollander omdat ik de vorige keer het hoesje weer keurig om de paraplu heb teruggeschoven, en ik nu dus sta te hannesen om het er weer vanaf te krijgen.
Zodra dat voor elkaar is druk ik op het knopje dat eerst het apparaat met een ‘klik’ twee keer zo lang maakt en daarna met een ‘woosh’ de waterdichte bovenkant laat uitklappen. Een handeling die me ook na 46 jaar nog altijd het gevoel van goochelaarschap geeft.

Beschermd tegen de boze natte bovenwereld vervolg ik mijn weg naar het station.
Daar koop ik bij de Kiosk een kop koffie.
Ik wurm me daarmee door het poortje en vraag me af of anderen daar, met een beker hete vloeistof in hun hand, wel zonder geëmmer doorheen kunnen komen.
Ik loop de trap op naar het perron, waar ik het hoesje weer om mijn paraplu schuif en ga staan wachten tot de trein komt die me naar station Amsterdam Bijlmer ArenA moet brengen.

Hollen zonder reden

Om 7.01 zou die moeten vertrekken, maar uit het geroezemoes dat om me heen ontstaat maak ik op dat er wel eens iets ernstigs aan de hand kon zijn. Ik werp een blik op het bord met de treintijden, en mijn vermoeden wordt op een pijnlijke manier bevestigd.
‘+5 minuten’
is er vanuit het niets plotseling achter de vertrektijd komen te staan.
Het is echt waar.
+ 5 minuten.
Nóg 5 minuten langer wachten.
Wéér 5 minuten van onze toch al zo kostbare levenstijd die we nu zo de groene kliko in kunnen kieperen.

Op het kleine busstation in Amsterdam dreigt geen vertraging.
De bus waarop in grote, ietwat fletse witte cijfers ‘300’ staat, staat al klaar op zijn vaste perron.
Hij zal pas over 4 minuten vertrekken, maar de mensen om me heen beginnen te hollen zodra ze hem zien staan.
Waarom is me een raadsel.
Hebben ze dan echt geen idee?
Weten ze dan echt niet dat 4 minuten ruimschoots voldoende is om de 50 meter die ligt tussen de uitgang van het station en de roodgekleurde streekbus af te leggen?
En weten ze dan echt niet dat, mocht dat alsnog op gruwelijke wijze afschuwelijk misgaan, 8 minuten later de volgende alweer gaat?

Ja. Het is duidelijk. Ik ben terug. Terug in Nederland.

Het kantoor

De busrit duurt niet veel langer dan 10 minuten. Als ik uitstap miezerregent het nog steeds. Of alweer.
Ik herhaal de goocheltruc met mijn paraplu en loop het fietspad af tot ik die enorme witte kolos voor mijn ogen zie verschijnen.
Het Kantoor.

Draaideur door. Pasje voor de scanner. Nog een draaideur door. Koffie pakken. Zaal oplopen. Computer aanzetten.
En dan is het alweer tijd voor de dagelijkse vergadering, die geheel volgens nieuwe hippe werkmethoden staande plaats dient te vinden.
Want zitten is het nieuwe roken. Per slot van rekening.

Ik laat mijn dag verlopen zoals hij min of meer moet verlopen. Ik lees wat ik moet lezen, stuur een e-mail naar collega’s in andere landen om te vragen hoe het er bij hen voorstaat met het nieuwe systeem dat in heel Europa bij gelijkgestemde organisaties geïmplementeerd moet worden, heb hier en daar een vergadering waarbij ik wel gewoon mag zitten en wandel een lunchwandeling door het naargeestige en best wel enge winkelcentrum van Amstelveen.

Alles gaat zoals het moet gaan. Tot er in de middag, als ik na een koffiepauze net weer op mijn plek zit, opeens ergens iets kneiterhard lawaai begint te maken.
Het duurt een paar seconden voor ik me realiseer dat dit een probleem is dat ik zelf op moet gaan lossen.
Het is namelijk mijn telefoon die dat muziekje veel te hard afspeelt en nu op mijn bureau ligt te wachten tot ik er iets mee ga doen.
De een of andere onverlaat heeft het dus in zijn hoofd gehaald mij ook echt op dat ding te gaan bellen.

Groene knopjes

Tot een paar dagen geleden heb ik me altijd weten te onttrekken aan die mobiele gekte, maar in de functie die ik nu heb, bij dezelfde werkgever die ik al drie keer eerder heb gehad, kan ik er niet langer onderuit. Ik zal vaak moeten bellen, misschien nog wel vaker gebeld worden, en dus kreeg ik er bij mijn aanstelling gratis en voor niets een mijn schoot in geworpen.

Ik pak hem op en klap het hoesje open.
Op mijn scherm zie ik een een groene en een rode cirkel staan.
Ik druk heel hard op de groene.
Er gebeurt niets.
Ik druk nog harder.
Er gebeurt nog altijd niets.
Ik blijf ernaar staan kijken alsof ik smeltwater zie branden en zie wat mensen, die hun werkplek bij de mijne in de buurt hebben, verstoord opkijken.
Waarom neemt die imbeciel zijn telefoon niet op?
Zie ik ze denken.

Nou.
Omdat ik dat dus klaarblijkelijk niet kan. Ik heb nog nooit zo’n telefoon gehad. En opnemen is iets waartoe ik kennelijk nog niet in staat ben.

Als het geluid na veel te lange tijd eindelijk is gestopt, vraag ik aan mijn overbuurvrouw hoe dat werkt, zo’n telefoon opnemen.
Ze is begripvol.
Want ze kent me vrij goed.
‘Je moet niet drukken. Je moet schuiven,’ legt ze me geduldig uit.
Raar.
Vind ik.
Schuiven.
Drukken lijkt mij veel eenvoudiger. Logischer ook.
Maar goed. Schuiven dus.
Weten we dat ook weer.

Als ik naar huis ga regent het niet meer. In de trein kijk ik naar een aflevering van de Netflixserie ‘Vis a vis’. Ook op mijn telefoon. Toch best handig zo’n ding.

Ondertussen in Zimbabwe

Het is moeilijk om contact te krijgen, maar na de zoveelste poging krijg ik Michelle na het eten eindelijk aan de telefoon.
Ze heeft het moeilijk. Merk ik.
En dat is niet zo gek.

Inmiddels woont ze met het hele gezin in ons nieuwe huisje in de rimboe. Ons huisje dat nog altijd niet helemaal af is.
Ze vertelt me dat ze met de zonnepanelen die zijn aangelegd de helft van de apparaten die ze nodig heeft niet kan aansluiten en dat ze om de paar dagen naar het dorp terug moet om een grote ton met water te laten bezorgen. Er zit nog geen deur in het huis, ze slapen met z’n allen in één ruimte, omdat de andere ruimtes nog niet ingericht zijn, en ze heeft geen benzine meer, zodat de kinderen vandaag niet naar school gebracht konden worden.

Bovendien stapelen de rekeningen zich op en heeft ze geen enkel zicht op wat ik aan het doen ben. Ze ziet door de bomen het bos even niet meer en heeft geen idee van het licht, dat voor mij toch echt heel duidelijk zichtbaar is, daar aan het einde van die tunnel.

Brainstormsessies

Ik vertel haar dat ik echt best veel geld verdien en dat het echt snel goed gaat komen.
Dat alleen niet alles in één week geregeld kan worden.

Ik zou haar heel graag meer willen vertellen. Over hoe mijn dag is geweest. Wat ik zoal doe op dat kantoor en voor wat voor soort organisatie ik werk. Bijvoorbeeld. Of over waarom ik het, misschien wel tegen mijn eigen verwachtingen in, best leuk vind om weer voor een tijdje op kantoor te werken.
Ik doe dat niet.
Ik vertel haar bijna niets.
Omdat ik weet dat dat geen zin heeft.

Brainstormsessies, agile werken, SMART afspraken, beter worden in beter worden, scrummasters, black belts, elektronische gegevensuitwisseling. En dat allemaal in een organisatie die geld uitkeert aan mensen, alleen maar omdat ze een kind ter wereld hebben gebracht.

Met andere woorden, ik begeef me op dit moment in een wereld die zó abstract is, en zó ver van haar bed, dat ze er geen snars van zou begrijpen. Gelukkig maar. Want dat is juist een van de redenen waarom ik zoveel van haar hou.

Vijf minuten in de regen

Ik houd het er dus maar bij dat ik een kantoorbaan heb en dat ik daar goed geld mee verdien. En dat ik daarnaast ook nog twee dagen in de week een paar uur postbode ben. Zodat ik nog meer geld verdien.

We kletsen nog wat door en na een poosje klinkt ze beter. Aan haar ademhaling hoor ik dat ze gerustgesteld is. Dat ze niet meer een glas ziet dat bijna leeg is, maar eentje waar op zijn minst nog een paar flinke slokken in zitten.
Ze zegt dat ze me mist, vertelt dat ons huisje eigenlijk best heel mooi is geworden, en dat ze met de energie die de zon ons vanaf nu gratis gaat leveren wel weer gewoon tv kan kijken. Ze snapt dat de rekeningen die er liggen echt betaald kunnen gaan worden, dat we binnenkort heus de vriezer weer kunnen aansluiten en dat ook die waterput er ooit toch wel gaat komen.

En het allerbelangrijkste lijkt ze, in ieder geval op dit moment, ook te begrijpen.
Namelijk dat het meestal helemaal niet miezerregent.
Dat, als je vijf minuten geduld hebt, het over het algemeen vanzelf weer droog wordt.
En dat, als het echt nodig is, je altijd nog op het knopje van je paraplu kunt drukken. Zodat die kan voorkomen dat je nat wordt.
Dat alles dus snel weer helemaal goedkomt.

Volgende artikel: De illusie van beroemdheid
Vorige artikel: Rillen in de dorpsraad
Lees hier over de vorige keer dat ik na lange tijd terug naar Nederland kwam, hier hoe het met onze relatie ging toen we wel in hetzelfde huis zaten, en hier hoe we aan ons nieuwe huisje zijn gekomen.

Categorieën: Schrijfsels

3 reacties

Marita · 18 augustus 2019 op 20:39

Serieus, Marco? Je loopt weer bij ons rond?

Gerlinde · 18 augustus 2019 op 23:10

Naarmate het verhaal vorderde begon ik ook wel nattigheid te voelen dat we in hetzelfde kantoor werken. Als je op dinsdag of woensdag een groen stukje van Amstelveen wilt zien tussen de middag, ja het bestaat al moet je er wel even naar zoeken, laat het dan even weten.

Jacquelien · 21 augustus 2019 op 11:43

Jij bent terug in Nederland. Ik heb je boek uit. En zojuist een recensie geplaatst op hebban.nl
Een groot bereik en hopelijk kan ik hiermee meerdere lezers enthousiast maken voor je boek. Want ik heb er heel erg van genoten. Succes met het werken hier in Nederland en ik hoop dat je snel terug kunt, de rekeningen kunt betalen en samen met je gezin kunt genieten in jullie nieuwe huis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.