Olifanten op de weg

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

Olifanten op de weg
Olifanten op de weg

Oktober 2018. Hilversum.

Ooit heb ik het geprobeerd. Dat autorijbewijs halen. Tot twee keer toe zelfs.
De eerste poging strandde omdat mijn instructeur het presteerde in tien lessen tijd één keer een uur te vroeg, één keer een uur te laat en één keer helemaal niet op te komen dagen. Daar ben ik dus snel mee gestopt.

Lakse lummel als ik ben, heb ik dat hele rijgedoe daarna een paar jaar laten rusten alvorens nog een poging te wagen. En die tweede keer heb ik het verder geschopt. Zelfs zover, dat ik maar liefst drie keer examen heb gedaan.

Daarna ben ik er wederom mee opgehouden. Voorlopig voorgoed.
Voornamelijk omdat het geld op was, maar ook een beetje omdat mijn rijschool van de ene dag op de andere was overgenomen door een rijschool uit Amsterdam. Niemand had dat tegen me gezegd. En zo stond er dus de laatste les voor mijn derde examen een auto voor de deur die ik helemaal niet kende, met daarin een man die op zijn beurt de weg in Hilversum niet kende.

Dat is ondertussen alweer 25 jaar geleden. En eerlijk gezegd heb ik sindsdien nooit meer echt de aandrang gevoeld om in een auto te stappen.

Tot nu dus.

Waarom nu wel?

Nooit heb ik die aandrang gehad, omdat ik me al die tijd uitstekend voort heb kunnen bewegen met benenwagen, fiets, openbaar vervoer en, als het echt nodig was, middels een taxi of goedgemutste familie of vrienden.   

Maar als je naar Zimbabwe vertrekt met het idee daar misschien iets in de toeristenbranche te gaan doen, dan wordt het hebben van zo’n roze papiertje toch aantrekkelijk. De dichtstbijzijnde middelgrote stad is maar liefst 100 kilometer verderop, en het openbaar vervoernetwerk is er nou niet bepaald om over naar huis te schrijven. In noodgevallen is het dan toch handig om een auto te kunnen besturen.
En daarnaast vind ik het zelf dan niet zo erg om alles lopend af te doen, maar of die toeristen het zullen waarderen als ze in 40 graden Celsius 3 kilometer lang achter me aan moeten hobbelen, in plaats van in een auto met airconditioning te kunnen stappen? Ik waag dat te betwijfelen.

De tijd was daarom aangebroken de stoute schoenen aan te trekken, de veiligheidsgordels om te snoeren en weer in een lesauto te stappen.

Gratis

Nu is zo’n rijopleiding nog best een kostbare aangelegenheid. Tweeduizend euro ben je er op z’n allerminst wel voor kwijt en dat is geld dat ik nog hard zal kunnen gebruiken.

Toen ik dan ook van mijn werkgever begreep dat het toekomstperspectief een personeelsoverschot voorspelde en dat hij daarom bereid was loopbaantrajecten te faciliteren om zo te trachten het natuurlijk verloop binnen de organisatie een impuls te geven, heb ik niet getwijfeld. Ik ben daarop ingesprongen door aan te bieden het bedrijf vrijwillig te verlaten. Maar dan wel onder de voorwaarde dat de kosten voor mijn rijbewijs volledig vergoed zouden worden.
En dat vond hij wel een goed plan.

Ik verontschuldig mij daarbij direct voor de voorgaande, onnodig saaie passage, die feitelijk niets anders betekent dan: gratis rijbewijsje voor deze jongen!

Tenminste, als ik het deze keer wel zou halen dan.

Terug in de leswagen

Het plan was als volgt: stoppen met werken in september, 30 uur les, een proefexamen én een echt examen in oktober, vakantie naar IJsland in november, kerst thuis en daarna met rijbewijs en al naar Zimbabwe.

Een tamelijk ambitieus plan.
Dat nog behoorlijk tegenviel.
Vier dagen in de week twee uur lang iets doen wat je eigenlijk helemaal niet leuk vindt en waar je nou niet bepaald talent voor hebt is al best zwaar. En dan moet je je ook nog eens voortdurend concentreren, terwijl er in de stoel naast je iemand non-stop dingen tegen je blijft roepen als ‘Door de bocht heen kijken!’, Niet te dicht langs dat muurtje!’, Tik die spiegel nou eens aan als je de bocht door bent!’ en ‘Waarom zet je die auto in godsnaam midden op de weg stil?!’
Gesloopt was ik na afloop van die vier weken.

Rijexamen

Maar slecht ging het niet. Dat rijden.
Na een paar weken had ik het redelijk onder de knie. Tijdens mijn proefexamen is het me gelukt om te keren in een straat en mijn auto stil te zetten achter een geparkeerde wagen en vervolgens zonder problemen weer weg te rijden, zodat ik op mijn echte examen geen bijzondere verrichtingen meer hoefde te doen.

Olifanten op de weg - Rijbewijs

En ook dat echte examen ging vlekkeloos. Of nou ja, bijna vlekkeloos. Ik reed wel bijna een fietser die van rechts kwam van zijn sokken. Dat wel.
Dat had natuurlijk best een reden kunnen zijn om te zeggen dat ik het nog maar een keertje over moest doen.

Misschien had ik dan ook wel wat geluk met mijn examinator, een man die op een dag heeft bedacht dat hij rijexaminator wilde worden, omdat hij genoeg had van zijn advocatenbaantje. Een verhaal dat toch wel enige gelijkenis vertoont met het mijne: een jurist die liever de wereld rondfietst en naar Zimbabwe verhuist, dan dat hij zijn hele leven achter een computer op kantoor doorbrengt.
Daar ben ik natuurlijk lekker lang op doorgegaan in de koetjes-en-kalfjes-gesprekken die je tijdens zo’n examen in de auto voert. En ik sluit niet uit dat dat me net het extra beetje sympathie heeft opgeleverd dat ik nodig had.

Maar hoe dan ook. Die fietser van rechts leeft nog en dat rijbewijs is in de pocket.

Mei 2019. Victoria Falls.

Het heeft even geduurd voor ik in Zimbabwe in de auto ben gestapt. Achter het stuur van de auto dan. Maar inmiddels doe ik dat zo af en toe.
En ik moet zeggen, hier is autorijden andere koek. Zo’n rijbewijs is hier leuk, maar veel van wat mijn instructeur me in die maand met zorg heeft proberen aan te leren, kan ik grotendeels weer in de prullenbak smijten.

Er zijn geen snelwegen waar je met 130 kilometer in het uur tussen de andere langsrazende en in rijen opgepropte auto’s moet invoegen. Dat niet. En ik rijd in een automaat, wat een boel schakelgedoe voorkomt.

Dat maakt het er wat gemakkelijker op voor een beginnend bestuurder.
Maar aan de andere kant moet ik hier, behalve als ik een van de vele gaten in het wegdek moet omzeilen, aan de linkerkant van de weg rijden.
Dat maakt het weer wat minder makkelijk.
Ook gebeurt het regelmatig dat ik opeens, als ik afsla, op een onverharde zandweg rijd en dat de auto’s achter me daarbij denken dat ik de andere kant opga, omdat ook dat hendeltje voor de richtingaanwijzers de verkeerde moet worden opgeduwd.

Zelf nadenken

Daarnaast is in Nederland álles tot in detail geregeld in het verkeer. Zo zijn we nou eenmaal. Op een erf mag je 15, in een woonwijk 30 en daarbuiten 50. En begrafenisstoeten mag je alleen doorkruisen onder voorwaarden die ik direct na mijn theorie-examen weer ben vergeten. Alles moet geregeld. Alles moet duidelijk zijn.
En die behoefte aan duidelijkheid, die voelen ze hier duidelijk minder. Snelheidsborden zijn er nauwelijks, en als je niet oppast, laten onaangekondigde verkeersdrempels je met je hoofd half door het plafond stuiteren. Ze verwachten hier blijkbaar van bestuurders dat ze zelf nadenken. Stelletje idioten. Mij een beetje zelf na laten denken… onverantwoord…

Op de wegen zelf is het dan wel weer vrij rustig. Qua auto’s dan. Er is een stuk minder verkeer dan in Nederland, maar dat gebrek aan auto’s wordt ruimschoots goedgemaakt door mensen, die altijd en overal midden op straat lopen. En het is misschien een beetje flauw dat stereotype beeld van zwarte mensen hier weer op te roepen. Maar in het donker zie je ze toch echt wat minder goed.

Dieren

Mensen zijn overigens niet de enige verkeersdeelnemers waar je hier onverwachts mee van doen krijgt. Er lopen hier ook allerlei dieren rond waar je in Nederland alleen mee te maken krijgt als de dierenverzorger van Artis op de kerstborrel wat te diep in het glaasje heeft gekeken en daardoor vergeten is de kooi af te sluiten.
Antilopen, wrattenzwijnen en bavianen kunnen hier maar zo, zonder te kijken en buiten de zebrapaden om, oversteken.

En al die dieren hebben zo hun eigen gebruiksaanwijzing. Een gebruiksaanwijzing die ik nog niet uit mijn hoofd heb geleerd, wat me bij het passeren van een ezel een enorme uitbrander van Michelle opleverde. Hoe ik het in mijn hoofd haalde niet af te remmen als ik zo’n koppig beest passeerde.

Olifanten op de weg - bavianen in Zimbabwe
Bavianen op de weg

Olifanten op de weg - wrattenzwijn in Zimbabwe
Wrattenzwijn op de weg

Olifanten op de weg

En dan heb ik de weggebruikers waar de mensen pas echt een aan ontzag grenzend respect voor hebben nog niet genoemd.
Olifanten.
In deze tijd van het jaar, zeker als het donker begint te worden, hoef je niet op safari om die beesten tegen het lijf te rijden. Die lopen dan gewoon rond in ons township. Dat deden ze al honderden jaren voor er überhaupt een township was, en ze lijken niet van plan te zijn daarmee op te houden nu wij mensen hebben bedacht dat wij er willen wonen.

Op de rijen voor de benzinestations na, is dát zo ongeveer de enige kans om in dit land in iets dat op een file lijkt terecht te komen.
Als zich een aantal stilstaande auto’s voor je neus heeft verzameld en je ziet niet meteen waarom, dan kun je er donder op zeggen dat dat is omdat niemand het ook maar in zijn hoofd haalt voorzichtig voorbij de op hun gemak etende olifanten te rijden.

Want ze weten hier wel beter. Voor die olifanten moet je oppassen.
Die grijze kolossen zijn namelijk nogal onvoorspelbaar. Helemaal als er jongen in de buurt zijn. En als je niet wilt dat zo’n beest frontaal de aanval kiest en op je auto gaat zitten, is het daarom beter even rustig te wachten tot ze van de weg af zijn, dan dat je er langs probeert te sturen.

De juiste richting

Het is dus even wennen. Dat autorijden.
Maar het begint erop te lijken.
En dat meet ik dan af aan Michelle.
Waar zij de eerste keer dat ik achter het stuur kroop ergens halverwege de rit nog verzuchtte dat ze op dat moment toch écht liever ergens anders zou zijn dan bij mij in de auto, vroeg ze me de laatste keer een stukje om te rijden omdat ze het zo leuk vond door me rondgereden te worden.
Dat is toch een goed teken.
Lijkt me zo.

En zal ik ooit een topchauffeur worden? Zal ik autorijden ooit echt leuk gaan vinden? Nee, waarschijnlijk niet.
Wel lijk ik de goede richting op te gaan.
Nu alleen nog leren die richting ook goed aan te geven.

Volgende artikel: Woonstress voor gevorderden
Vorige artikel: Parel van Afrika
Lees hier meer over de file voor het benzinestation, en hier over mijn vakantie naar IJsland.

Categorieën: Schrijfsels

2 reacties

Gerlinde · 21 mei 2019 op 20:20

Ik heb enorm gelachen om je verhaal. Vooral dat stuk over zelf nadenken. Je kunt echt heel onderhoudend schrijven.

Jacquelien · 16 augustus 2019 op 10:23

Top Marco. Je schrijfsels lezen is net zo leuk als je boek lezen en waar leer je nu beter dan in de weerbarstige Afrikaanse praktijk. Ik zie het levendig voor me.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.