Van Victoria Falls naar Kasane – Olifanten

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

Woensdag 15 oktober. Botswana.

Van Victoria Falls naar Kasane - Olifanten
Olifant

Michelle wil dat ik nog langer blijf. Ik zou dat ook wel willen, maar ik moet ook verder, en elke dag dat ik langer bij haar blijf maakt het moeilijker om weg te gaan.

Afscheid dus.

En afscheid is moeilijk.
Om me niet hopeloos te laten verdwalen in Mkhosana, de wijk waar ze woont en waar alle zandpaden op elkaar lijken, is ze voor me uit gereden naar de grote weg.
Daar heb ik haar gedag gekust.
En ik zou het uiteraard geen huilen willen noemen wat ik deed.
Echte mannen huilen niet.
Wat overtollig vocht uit mijn ooghoek wegpinken.
Dat is wat ik deed.

Michelle wilde niet dat ik zag hoe ook zij een beetje huilen moest. Omdat ze me zo ging missen natuurlijk. Maar misschien ook wel omdat ze zich zorgen maakte en het doodeng vond wat ik ging doen. Om in Botswana te komen moest ik namelijk over een lange rechte weg dwars door het Zambezi National Park fietsen. En in dat park, daar wonen wilde dieren. Leeuwen en buffels en olifanten.

Olifanten

Vooral om die olifanten maakte ze zich op zijn zachtst gezegd erg druk. Naast het feit dat die beesten kolossaal zijn, schijnen ze ook nog eens levensgevaarlijk te zijn en met enige regelmaat mensen aan te vallen.

Haar zorgen waren niet helemaal uit de lucht gegrepen, want na een kilometer of 40 stonden ze daar inderdaad. De olifanten. Met z’n vijftienen stonden ze aan beide kanten van de weg een beetje te eten.

Nu had ik veel scenario’s kunnen bedenken voor hoe die beesten op me zouden reageren.
Alles tussen me stoïcijns door laten fietsen en me met z’n allen platstampen zou ik logisch hebben gevonden. Maar wat ze in werkelijkheid deden had ik niet verwacht.

Bange poeperds

Ik was al wel gewend geraakt aan dieren die bang voor me zijn. Antilopen en giraffen kiezen geregeld in paniek het hazenpad als ik op mijn fietsje langs kom tuffen en vooral bij bavianen is het opvallend hoe bang ze voor mij zijn. Als er een vrachtwagen op 3 meter afstand langs ze heen rijdt blijven ze elkaar onverstoorbaar zitten vlooien, maar zodra ze mij op mijn fiets met een slakkengangetje aan zien komen rijden, weten ze niet hoe snel ze een boom in moeten vluchten.

Dat deze grijze oermonsters precies dezelfde reactie zouden hebben, dat ze zich met z’n allen het apelazarus zouden schrikken en niet wisten hoe snel ze kriskras door elkaar heen het bos in moesten stuiven, dat verbaasde me.
Maar het verbaasde me niet alleen, het was vooral ook heel onwerkelijk.
Het voelde een beetje alsof ik zojuist tegen vijftien levensgevaarlijke criminelen had gezegd dat het heel slecht is wat ze hebben gedaan en dat ze daarna, in plaats van me total loss te slaan, kermend ter aarde waren gestort en nu op de grond lagen te huilen dat ze het nooit meer zouden doen.
Ik zou denken dat ze me in de maling namen.

En zo voelde het bij die olifanten ook. Alsof ze me, door net te doen of ze doodsbang voor me zijn, volledig in de maling aan het nemen waren.
Misschien dat ze vanavond in de olifantenkroeg wel met z’n allen tranen met tuiten zullen lachen, als ze terugdenken aan die overdonderde gekke man met die verbaasde blik in zijn ogen, die ze met hun stunt bijna van zijn langzame brommer hebben doen vallen.
Wie zal het weten.

Volgende: Kasane – Hypocriete razernij
Vorige: Victoria Falls – Zwarte Koningin
Of begin hier gewoon bij het begin van mijn boek ‘Figurant in de Hoofdrol’


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.