Van Kiev naar Obuchiv – Vrouwen

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

Zondag 13 oktober. Oekraïne.

van Kiev naar Obuchiv - vrouwen

Sorry dames.
Ik begin er niet meer aan.
Ik heb jullie genoeg kansen gegeven. Keer op keer heb ik het geprobeerd, maar jullie hebben het verprutst. Jullie hebben me nu vaak genoeg genegeerd of met een kluitje in het riet gestuurd.

Vandaag is het echt de laatste keer geweest.
Nooit zal ik meer aan een vrouw vragen me de weg te wijzen. Telkens weer draait dat namelijk uit op een teleurstelling.

De methoden

De dames hebben diverse methoden tot hun beschikking om die teleurstelling te bewerkstelligen, maar grofweg zijn er drie scenario’s denkbaar als ik iemand van het vrouwelijk geslacht aanspreek met de intentie haar te vragen welke kant ik op moet.

1 – Ze geeft gewoon eerlijk toe dat ze geen flauw idee heeft hoe ik op de plek moet komen waar ik heen wil. De minst vervelende variant. Niet zo erg. Wel gewoon zonde van mijn tijd.

2 – Ze negeert me volledig en geeft me het gevoel dat ik een of andere viezerik ben, die van alles wil, behalve weten waar hij naartoe moet. En als dat een paar keer achter elkaar gebeurt, dan ga ik me toch afvragen of ik misschien echt zo vies ben als zij naar me kijken. Dodelijk voor het zelfvertrouwen.

3 – Ze stuurt me met een stalen gezicht linea recta de verkeerde kant op. En de verkeerde kant op fietsen, dat kan ik zelf ook wel. Daar heb ik verder geen hulp bij nodig.

Alleen nog aan mannen

Als ik wil weten welke kant ik op moet, dan vraag ik dat van nu af aan dus alleen nog maar aan mannen.
En dan niet aan jonge broekies met puistenkoppen. Ook niet aan mannen met iets te veel vrouwelijke trekjes of aan kantoortypes met driedelige krijtstreeppakken en aktetassen. Daar heb je bijna net zo weinig aan als aan vrouwen.

Nee, de weg vragen doe ik alleen nog maar aan echte mannen. Breedgeschouderde mannen met dikke buiken, die smerige overalls aanhebben en bij garages of benzinepompen werken. Taxichauffeurs met zwart en strak achterovergekamd haar. Verhuizers. Oude mannetjes, die met een pet op hun hoofd en een sigaret in hun mondhoek op pleinen onder bomen op bankjes zitten. Die moet ik hebben.

Mannen die geen woord Engels spreken, maar waarvan ik blindelings op aan kan. Mannen die zonder uitzondering de hele omgeving voor me kunnen uittekenen en die zich ook nog eens gevleid en trots voelen als ze hun alwetendheid met me kunnen delen.

En dan heb ik het liefst nog een aantal van die types bij elkaar. Om het hardst zullen ze, door al schreeuwend en zwaar gesticulerend degene te lijken die het wegennet het beste kent, in een soort wie-het-verst-kan-plassen-variant trachten hun mannelijkheid te tonen.

Als dan uiteindelijk de grootste en hardst schreeuwende alfaman heeft overwonnen, dan kan ik, in de geruststellende zekerheid dat ik ook vandaag mijn bestemming weer bereiken zal, zonder meer in de richting rijden waar ze naartoe hebben gewezen.

Volgende: Van Bila Tserkva naar Pohrebysjtsje – Shitholes
Vorige: Van Plyluky naar Ivankiv – Tsjernobyl
Of begin hier gewoon bij het begin van mijn boek ‘Figurant in de Hoofdrol’

Categorieën: 6 Oost-Europa

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.