Van Ziguinchor naar Diattacounda – Verzengende hitte

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

Dinsdag 6 mei. Senegal.

Van Ziguinchor naar Diattacounda - Verzengende hitte - Jahya
Jahya

Ik heb nog altijd niet echt haast. Maar ik moet wel uiterlijk op 4 juni Mali uit zijn. Dat is nog 1.700 kilometer fietsen en daar heb ik nog vier weken de tijd voor.
Haast is dus een groot woord, maar een beetje doortrappen moet ik wel.

Want als ik maar een klein beetje doortrap, dan moet het nog makkelijk te halen zijn.
Toch…?

Het verhaal van de verzengende hitte.

Tot nu toe heb ik het al bijna een jaar zo uit weten te kienen en heb ik zoveel geluk gehad, dat ik weinig problemen heb gehad met het weer. Redelijk lekker weer in Scandinavië, op tijd de bergen uit voor de sneeuw in de Balkan, rugwind in de Sahara en niet al te veel regen onderweg.
Maar er moest een keer een moment komen dat ik niet op de juiste tijd op de juiste plek zou zijn.

Nou, dat moment is aangebroken.

Ik ben namelijk in de warmste maand van het jaar in het warmste deel van Afrika terechtgekomen.
De hoogste temperatuur op een gemiddelde meidag is hier 46° Celsius. En nu durf ik te zeggen dat ik goed bestand ben tegen hitte, maar dit is zelfs voor mij wat aan de warme kant.

Een gemiddelde hoogste temperatuur van 46 graden betekent overigens niet dat het iedere dag ook keurig maximaal 46 graden wordt.
De afgelopen dagen was het nog wat warmer.
Meer dan 50 graden. Gemeten in de schaduw.
En ik rijd nooit in de schaduw.

Lieverkoekjes

Een normale dag ziet er met deze hitte als volgt uit: rond half zes vertrekken en dan eerst, zolang de temperatuur nog enigszins te harden is, drie uur fietsen voor ik ergens ga zitten om wat te eten. Daarna begint het heetste deel van de dag en als het kan, plof ik dan rond een uur of één neer in een aangenaam hotel, het liefst met ventilator en nog liever met airco op de kamer.

Van Ziguinchor naar  Diattacounda - Verzengende hitte - baobab
Baobabboom

Maar lieverkoekjes worden niet altijd gebakken. De luxe, airco-gekoelde hotelcomplexen liggen in dit deel van de wereld niet bepaald voor het oprapen en over het algemeen moet ik dus doorfietsen, hoe heet het ook is.
En dat kan alleen maar als ik de oververhitte motor zo nu en dan wat af laat koelen. Met enige regelmaat duik ik dan ook de verlossende schaduw van een zo groot mogelijke baobabboom in, als het even kan in het bezit van een tweeliterfles koude, zoete limonade, die ik dan leeggiet in mijn keel om weer wat vocht en energie aan mijn verwrongen lichaam toe te voegen.

Het is echt, écht heel heet. Het is zo heet dat ik mijn remmen al na een uur fietsen bijna niet meer aan kan raken. Het rubber van mijn handvaten smelt onder mijn handen weg en zelfs de Afrikanen vinden dat ik knettergek ben door in deze bloedhitte te gaan fietsen.
Regelmatig roepen ze me vol ongeloof, soms bijna spottend, een hart onder de riem toe. Of ze houden me staande om me uit te leggen dat ik op moet houden met die flauwekul. Zoals vanmiddag bijvoorbeeld, toen Jahya me rond enen van de straat plukte en me min of meer gebood een siësta met hem te komen houden.

Koning Jahya

En als Jahya je iets gebiedt, dan doe je wat hij zegt.
Jahya duldt geen tegenspraak, want Jahya is een belangrijk man. Jahya is de baas van Diattacounda en een afstammeling van de vroegere koning van het dorp. Jahya heeft het hier in het dorp voor het zeggen en als Jahya zegt dat je moet stoppen voor een siësta, dan stop je dus voor een siësta.

Jahya woont op een groot stuk land, waarop het vee vrij rondloopt en waar de rijpe mango’s zo uit de mangobomen geschud kunnen worden. Zijn zus heeft wat te eten voor ons gemaakt en in de namiddag kwamen er een paar leraren van de plaatselijke middelbare school langs, om ruim twee uur lang onder een boom te filosoferen over onderwerpen als kunst, politiek, de Bijbel en het niveau van het plaatselijke onderwijs.

De siësta was dus wat uitgelopen en toen de leraren uiteindelijk vertrokken waren, was het te laat geworden om nog verder te fietsen. Ik vroeg Jahya of ik bij hem kon blijven slapen.

Dat was geen enkel probleem. Dat was uiteraard geen enkel probleem. Jahya had niet anders verwacht en hij nodigde me uit mee te lopen op zijn dagelijkse ronde door het dorp. Dat houdt ongeveer in dat we af en toe ergens binnen zijn gelopen om ons met respect te laten behandelen en een kopje thee voorgeschoteld te krijgen en dat we hier en daar wat hebben zitten kletsen of zitten eten. Voor hem een mooie aanleiding om trots rond te kunnen pronken met zijn nieuwe Hollandse vriend en voor mij een leuk kijkje in de keuken van een echt Senegalees dorp.

Slapen kon ik bij Jahya in zijn kamer. Onder zijn klamboe op de grond.

Volgende : Van Diattacounda naar Kolda – Twee keer
Vorige:
Ziguinchor Ontbrekende paspoortstempel
Of begin
hier gewoon bij het begin van mijn boek ‘Figurant in de Hoofdrol’

Categorieën: 14 West-Afrika

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.