Van Bafoulabé naar Douroun – Het dorp

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

Maandag 19 mei. Mali.

Van Bafoulabé naar Douroun - Het dorp
In het dorp Douroun met Lille (midden)

De mensen uit het dorp. Ze zitten in de schaduw. De hele dag. Onder een afdak langs de kant van de weg. Ze proberen grote zakken kolen te verkopen. En pinda’s.

Ze roepen me. Ze herkennen me van een paar dagen geleden. Van toen ik de andere kant op fietste. Ze vinden het te warm om in de zon te zitten. Laat staan om in de zon te fietsen. Ze hebben gelijk. Het is 55 graden.

Ik mag bij ze zitten. In de schaduw. Geen van hen spreekt Frans en ik begrijp niet goed wat ze zeggen. Mij begrijpen ze ook niet. Dus geven ze me pinda’s. Dat is ook goed. Wat ik wel snap, is dat ze het leuk zouden vinden als ik in hun dorp zou blijven slapen. Als het van de dorpschef mag tenminste.

Douroun

Het dorp Douroun ligt een paar kilometer bij de weg vandaan. Er woont welgeteld één jongen die Frans spreekt. Hij loopt met me mee naar de kleine nederzetting. Ik mag de jongen en ik mag de jongen Lille noemen, omdat hij zijn echte naam te moeilijk voor me vindt. Hij brengt me eerst naar de chef du village. De oude man lacht de paar tanden die hij nog heeft bloot als hij me ziet. Ik mag dus blijven.  

Op de compound van Lilles familie lopen geiten. En kippen. En ezels. En kleine kinderen. Ze lopen los rond en ze lopen overal tussendoor. De kinderen zijn gelukkig. Ze spelen met de twee lege plastic limonadeflesjes die ik ze heb gegeven. Soms moeten ze plassen. Dat doen ze in de tuin. Op de grond.

Er zijn ook mannen. En vrouwen. De mannen zijn vriendelijk. De vrouwen vrolijk. Ze lachen veel en af en toe roepen ze lachend mijn naam. In hun blote borsten doen ze elkaars haar. Daarna gaan ze het avondeten stampen. Couscous eten we.

Na het eten kijk ik met alle bewoners naar de enige tv van het dorp. Ik moet op een stoel zitten. Anderen moeten daarvoor opstaan. Niemand vindt dat erg. We kijken naar Engelstalige programma’s waar niets van wordt verstaan. Dat geeft niks. We vinden het evengoed spannend.

Om tien uur is het bedtijd. Ik moet op de grond slapen. Buiten. Voor de kamer van Lille. Dat lijkt onbeleefd. Dat is het niet. Iedereen slaapt buiten. Want binnen is het veel te warm.

Volgende : Van Diéma naar Saberougou – Peutermeisjes
Vorige: Bafoulabé – De regen
Of begin hier gewoon bij het begin van mijn boek ‘Figurant in de Hoofdrol’

Categorieën: 14 West-Afrika

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.