De basis van een fietsreis – Slapen

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

Ultieme vrijheid

De basis van een fietsreis - Slapen - Kamperen in Zweden
Wildkamperen in het noorden van Zweden

Het kan frustrerend zijn.  
Zoeken naar een slaapplaats en die niet kunnen vinden. 
Een hotel dat te duur is. Of te slecht. Of vol.
Een camping die dicht blijkt te zijn.
Urenlang speuren naar een plek in de natuur die geschikt genoeg is om er je tent op te zetten.  

Het kan op je zenuwen werken, maar tegelijkertijd is dat ook wat dat hele reizen zo de moeite waard maakt. Iedere nacht een andere plek om je vermoeide lichaam van een welverdiende nachtrust te laten genieten. Nooit vooraf weten waar je vannacht nou weer terecht gaat komen. Slapen op plekken die zo mooi of zo raar zijn, dat je nooit had kunnen bedenken daar ooit terecht te komen. Dat is waar ik het voor doe. Dat is de ultieme vrijheid.  

Maar soms is het wel heel lastig om die ultieme vrijheid te vinden. En hoe zorg je er nou voor dat vrijheid ook echt vrijheid blijft? Hoe zorg je ervoor dat die vrijheid geen frustratie wordt? Hoe zorg je ervoor dat je die vrijheid elke nacht weer tot je beschikking hebt en dat je elke nacht je nachtrust krijgt? 

De ware romanticus

Voor de ware romanticus is fietsen tot de zon achter de horizon verdwijnt en dan ergens achter een bosje langs de kant van de weg in een tentje slapen waarschijnlijk het toonbeeld van ultieme vrijheid. 

Ik ben geen ware romanticus.  

Voor mij is het helemaal geen ultieme vrijheid als ik iedere dag weer, doodmoe van een loodzware dag fietsen, in het schemerdonker mijn tent nog op moet zetten, om daar vervolgens ongemakkelijk in te gaan liggen slapen en hem bij het krieken van de dag weer op te moeten breken. Dat klinkt me helemaal niet als vrijheid in de oren. Meer als een taakstraf.  

Daar komt dan nog bij dat je helemaal niet zomaar overal je tent op kunt zetten. Je moet altijd eerst nog een geschikte plek vinden. Een plek die niet te drassig, niet te rotsachtig, niet te schuin en niet te vies is. Een plek die het liefst wat beschutting biedt tegen de over de vlakte razende storm en die buiten het zicht blijft van nieuwsgierige kinderen, potentiële berovers en boswachters. 
En omdat het vinden van die ideale plek vaak helemaal niet zo eenvoudig is, moet je zeker zo’n anderhalf uur voordat het donker wordt al beginnen met zoeken. Want als het eenmaal donker is, dan zie je niks meer. En als je niks ziet, dan kun je het vinden van zo’n plek wel op je buik schrijven. 

Luxe hotels

Maar als elke nacht in een tent slapen het niet is, wat is het dan wel, die ultieme vrijheid? Elke dag in luxe hotels slapen misschien? Met ligbad, digitale televisie, haarföhn en drie verschillende soorten douchegel op je kamer? En ’s morgens een uitgebreid lopend buffet in de ontbijtzaal?  

Klinkt heel verleidelijk natuurlijk. Toch is ook dat niet alles. Na een paar dagen komen die gekookte eieren van dat ontbijtbuffet je neus uit en heb je geen idee meer of je nou in Kaapstad of Athene zit, omdat al die klinische hotelketens op elkaar lijken, waar ter wereld je ook bent.  
En bovendien, al zou je het willen en al zou je het kunnen betalen, het gaat niet, want in het gemiddelde Afrikaanse dorp is de kans er een luxe all inclusive resort aan te treffen nou niet bepaald groot.  

Verandering van spijs

Elke dag survivallen en in de regen en de kou in een tent bivakkeren is het dus niet voor mij. Elke dag een hotelkamer van 65 vierkante meter met pluche meubilair ook niet. Maar als je dat bij elkaar optelt en door elkaar deelt, dán kom je wel aardig in de buurt.  

Voor mij is de ultieme vrijheid een combinatie van die twee uitersten. En van alles wat daartussenin ligt. Iedere dag in een tent is een straf, maar zo af en toe midden in de nacht mijn tent uit moeten stappen omdat ik moet plassen en dan verrast worden door een spectaculaire sterrenhemel is onbeschrijfelijk, net als na een stomend heet bad halverwege een film met Sylvester Stallone op het dikke matras van een hemelbed in slaap vallen dat van tijd tot tijd kan zijn. 

Een synoniem voor vrijheid is voor mij dus variatie. De ene nacht in een tent en de andere nacht in een hotel. Dat is de ideale mix.
Kom ik een keer een paar dagen geen hotel tegen? Lekker de tent opzetten in de wildernis. Heb ik een keer geen zin in mijn tent? Zonder blikken of blozen 100 euro neertellen voor een lekker bed, een warme douche en een croissant bij het ontbijt.
Dat is ultieme vrijheid.
Voor de ultieme vrijheid heb je daarom twee dingen nodig: geld en een tent. Met geld én een tent kun je slapen waar je wilt, waar het kan en waar het moet. 

Maar ook binnen de categorieën tent en hotel zijn er nog ontelbaar veel mogelijkheden te bedenken. Mogelijkheden die allemaal de moeite waard zijn. Of in ieder geval het proberen waard zijn. Variatie is belangrijk en het is daarom van belang zoveel mogelijk van die opties te benutten.  

Slapen in een tent

In een tent kun je wildkamperen. 
In een bos is altijd een goed idee. Daar kun je in het donker lekker veilig, lekker rustig en lekker beschut onopgemerkt de nacht doorbrengen. Je kunt ook ergens in een natuurpark tussen de giraffen terechtkomen of aan de oever van een wild stromende rivier. Aan een magistraal meer of op het strand is ook geweldig, maar in een weiland vol muggen, in de woestijn of bij iemand in de voortuin kan ook gewoon. 

Wildkamperen kan altijd, maar ook een camping is leuk voor de verandering. Zo’n troosteloze grauwe camping, waar je de enige gast bent omdat het seizoen al is afgelopen, waar dus niets te beleven is en waar zelfs de douchehokjes al dicht zijn. 
Of zo’n grote familiecamping met warme douches, een zwembad, een bingoavond, een haphoek en een terras waar je ’s avonds, voor je je tent in duikt, nog een glas rode wijn kunt drinken.  

Het is allemaal leuk. Van tijd tot tijd. 

Binnen slapen

Als je buiten wilt slapen, dan zijn er dus genoeg mogelijkheden, maar wil je binnen slapen, dan valt er nog veel meer te kiezen.  

Schattige artistieke hotelletjes, waar de eigenaresse de grootst mogelijke moeite heeft gedaan de kamers met smaak in te richten en ’s morgens op je deur komt kloppen om je eitje en je koffie bij je af te geven, kun je afwisselen met sfeerloze, gevangenisachtige, communistische kolossen.  

Er zijn van die anonieme dertien-in-een-dozijn-motelletjes te vinden, die rechtstreeks uit een speelfilm van David Lynch lijken te komen en die praktisch genoeg direct langs de weg tussen twee steden in liggen. En je hebt van die ranzige hokken, waar je voor twee dollar per nacht kunt kiezen tussen wakker worden naast de dode kakkerlakken op je bed, of toch maar op je eigen matras op de grond slapen.  

Het kan allemaal. Een aangename bed and breakfast, een blokhut, een verlaten huis in de woestijn, een studentenhuis dat een paar maanden leeg staat, omdat de studenten in de zomervakantie met vuile was en al naar het ouderlijk huis zijn teruggekeerd. Je kunt belanden bij iemand thuis op de bank of op de grond. Of als je heel veel geluk hebt naast haar in bed.  

En, hoewel het zeker niet mijn voorkeur heeft, behoort in grote steden ook een jeugdherberg zeker tot de opties. Zo nu en dan gebeurt het me dan ook nog wel dat ik, vanwege een ernstige behoefte aan gezelschap of een plotselinge neiging tot geld besparen, in een vlaag van verstandsverbijstering ’s nachts op een enorme slaapzaal vol snurkende tieners beland. 

Vrijheid in businesshotels

Tal van mogelijkheden dus. Maar mijn favoriet heb ik nog niet genoemd. Mijn absolute favoriet is het businesshotel. Zo’n groot, onpersoonlijk, nietszeggend zakenhotel.  

Nergens is het gevoel van vrijheid groter, dan wanneer je op zo’n schandelijk dure plek in de veel te grote ontbijtzaal tussen de driedelige pakken in de rij staat voor de bak met roerei en spek. Nergens voel je je bijzonderder, dan wanneer je in het fietskloffie dat je al vijf dagen niet hebt gewassen aan een tafeltje met een nepbloemstuk erop om je heen zit te kijken, en ziet dat je de enige bent die niet gestrest op zijn mobiele telefoon of in de financiële afdeling van de krant op zoek is naar hoe de Dow Jones gisteren is afgesloten.  

Je haalt nog een kop koffie en je neemt nog maar een slok van je verse jus d’orange. Want jij hebt geen haast. Jij hoeft niemand te bellen om te zeggen dat je die bij voorbaat kansloze presentatie niet op tijd gaat halen omdat je taxi er nog niet is. Jij bent de enige hier die zo niet naar zijn afschuwelijke slavenbaan hoeft. Jij mag zo lekker buiten gaan spelen. 

De hele wereld als slaapplek

Mocht je je overigens afvragen of het ooit mislukt is om een slaapplek te vinden, dan is het antwoord nee. Nooit. Iedere dag kom ik uiteindelijk wel ergens terecht. Ook zonder internet. Ook zonder gps.
Is het geen geschikt hotel, dan is er wel ergens een plek te vinden voor mijn tent. Vind ik niet snel genoeg een geschikte kampeerplek, dan is er altijd wel ergens een goedkope, misschien wel gratis of anders veel te dure slaapplek te regelen in een dorp langs de weg. 

Je zou kunnen zeggen, dat hoe meer opties je openhoudt bij het zoeken van een slaapplek, hoe zekerder het is dat je ook echt een slaapplaats vindt. Als je het maar op kunt brengen te schakelen tussen alles van luxe en duur tot gratis en smerig, dan is eigenlijk de hele wereld één grote slaapplek. Als je zowel kunt slapen achter een bosje langs de snelweg als in een luxe resort aan de kust, dan is eigenlijk de hele wereld je huis.  

En als de hele wereld je huis is, dan komt dat toch akelig dicht in de buurt van de ultieme vrijheid. 

Volgende: De basis van een fietsreis – Eten
Vorige: De basis van een fietsreis – Overleven
Of begin hier gewoon bij het begin van mijn boek ‘Figurant in de Hoofdrol’

Categorieën: 15 De Basis

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.