Van Aareavaara naar Pello – Leegte

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

Donderdag 8 augustus. Zweden.

Van Aareavaara naar Pello. Lapse bossen
De bossen in Lapland

De bossen in Lapland zijn reusachtig.
En ik voel me reusachtig klein.

Als een verdwaalde figurant lijk ik helemaal in mijn eentje rond te rijden in dit overweldigende decor. Uren liggen er soms tussen de momenten dat ik een teken van menselijk leven tegenkom. Alles is hier groot en er is hier niets. Niets dan leegte. Alles is leegte.

En dat komt goed uit. Ik merk dat ik dat nodig heb. Leegte. Leegte om me heen en leegte in mijn hoofd.

Want alles wat er vlak voor mijn vertrek is gebeurd moet op de een of andere manier toch een keer worden verwerkt. Alles moet nog een plekje krijgen.
Het is namelijk niet bepaald niks als je moeder, je heldin, er niet meer is en als je vrouw, je andere heldin, niet meer bij je hoort.

Mijmeringen

Zo nu en dan vraag ik me af wat er mis is gegaan tussen Marloes en mij en soms lijkt het zelfs of ik het bijna snap.
Wat ik weet is dat we veel van elkaar hielden en dat we ondanks al onze verschillen bij elkaar pasten.
Wat ik nu snap is dat bij elkaar passen en veel van elkaar houden niet automatisch betekent dat je ook gelukkig wordt samen.

Misschien dat het wel goed was gegaan als we alles net iets anders hadden gedaan, of als we elkaar net iets eerder of net iets later hadden ontmoet. Misschien dat we elkaar dan niet weggejaagd, maar aangevuld zouden hebben.
Misschien dat ik haar dan meer had kunnen helpen met inzoomen. En zij mij met uitzoomen.
Misschien.

Denken en praten

Toch kom ik niet heel veel verder dan dat. Daar houdt mijn denkvermogen op. Ik kom er niet achter wat zij dan had moeten doen, of wat ik had moeten laten, en op het punt dat ik het écht snap kom ik dus nooit.

Maar veel verder hoef ik waarschijnlijk ook niet te komen. Ik hoef niet alles te snappen en misschien is dat wel het enige dat ik echt moet begrijpen. Het is misgegaan en dat is jammer en best erg, maar het is nu zoals het nu is, en ook dat is zo verkeerd nog niet.

Ook denk ik veel aan mijn moeder. Ik praat zelfs tegen haar. Of met haar eigenlijk.
Ik vertel haar meer dan ik ooit heb gedaan. Ik vertel haar hoe het echt met me gaat, wat ik echt denk en wat ik echt vind en ik vertel haar mooie verhalen over de dingen die ik heb gedaan.
Ik mis haar niet, maar ik vind het wel erg dat ze dood is. Voor mezelf dan. Voor haar ben ik wel blij. Al die pijn. Al die ellende. En ze vond het vreselijk dat ik deze tocht zou gaan maken. Dat wordt haar nu toch mooi bespaard.

Gevoelens

Ik bedenk veel, vraag me veel af en herinner me veel. Ik herinner me beelden, geuren, gedachten en zelfs kleuren. Ik merk dat ik vaak glimlach en dat ik zo nu en dan een klein beetje huil. Geen huilbuien, maar af en toe een traan die langzaam over mijn wang naar beneden glijdt en een eenzaam spoor over mijn gezicht trekt. Zo’n traan die in films gebruikt zou kunnen worden om medelijden op te wekken.

En soms lukt dat ook. Soms heb ik een beetje medelijden met mezelf en soms vind ik mezelf best zielig.
Soms, maar niet zo vaak.

Want over het algemeen voel ik me helemaal niet zo slecht. Vaak voel ik me zelfs heel goed. Ik vind mezelf stoer omdat ik dit doe en ik heb het gevoel dat ik alles aankan. Nee, ik wéét dat ik alles aankan. Alles. Het gedoe van de afgelopen maanden. Deze fietstocht. Het leven zelf. Alles.
En dat is prettig om te weten.

Van Aareavaara naar Pello. Leegte

De dood

Mijn gedachten kabbelen voort.

Van mijn moeders dood kom ik bij die van mezelf terecht.
Want ik realiseer me heus wel dat de kans niet per definitie nihil is dat ik dit avontuur niet overleef. Extreem weer, kwaadwillende mensen, voedselvergiftiging, enge dieren en enge ziektes. Je kunt het zo gek niet bedenken of het kan me overkomen.

Ik denk erover na en ik kom tot de conclusie dat ik dat zo erg niet zou vinden. Ik vind het leven leuk, maar ik merk ook dat ik niet bang ben om dood te gaan.
En ook dat is prettig om te weten.
Als ik namelijk niet bang ben om dood te gaan, dan hoef ik ook niet bang te zijn om te leven en als ik zowel voor de dood als voor het leven niet bang ben, dan blijft er niet zo heel veel over om wel bang voor te zijn.

Uitvaarten

Ik bedenk me wel dat het een goed idee zou zijn iets te regelen, voor het geval datgene gebeurt waar ik niet bang voor ben. Thuis vinden ze het vast fijn om te weten wat ze moeten doen als ze erachter komen dat ik niet meer leef.

Maar wat moet ik regelen? Wat zou ik nou nog willen als ik dood ben?

Nou, niets natuurlijk. Dood is dood en wat kan het mij nou schelen wat er daarna nog gebeurt.

Toch moet er wel een manier zijn om de dood aantrekkelijker te maken, zodat ik er ook een beetje naar toe kan leven. Dood is anders ook maar gewoon dood.

Ik denk na en kom erop dat ik het gek vind dat bij alle uitvaarten die ik ooit heb bezocht en waar ik ooit van heb gehoord een uur lang door de overledene gewaardeerde liedjes worden gedraaid, liedjes die worden afgewisseld met goedbedoelde mooie woorden, die stamelend, snotterend en nauwelijks verstaanbaar door geliefde nabestaanden worden uitgesproken.

Alle uitvaarten lijken op die manier ingericht te zijn en daar word ik een beetje droevig van. De liedjes worden niet meer gehoord door degene voor wie ze zijn bestemd en de goedbedoelde woorden zijn aan dodemansoren gericht. Voor de overledene zijn ze te laat en zo’n dienst is dus eigenlijk niets meer dan een uur lang entertainment, een uur lang therapie voor de aanwezigen.

Stilte, lolly’s en sinas

Dat moet toch anders kunnen.
Ik besluit dat ik geen liedjes of speeches wil die ik toch niet meer zal horen. Ik wil stilte. Een uur lang stilte. Zo’n vreselijke, ongemakkelijke stilte, waar voor de toehoorders geen eind aan lijkt te komen. En na afloop niks geen koffie en niks geen cake of broodjes. Ook geen bier en wijn. Nee, na afloop alleen sinas. En lolly’s. Van die witte lolly’s, met van dat plastic eromheen dat je er nooit af kunt krijgen.

Ik stel me die gezichten al voor, met uitdrukkingen die ergens tussen ontzetting, verbazing en verveling in zullen liggen, en ik moet daar nu al urenlang hard om lachen.
Als een gek zit ik te schaterlachen op mijn fiets en ik weet zeker dat ik hier de rest van de dag en zelfs de rest van mijn leven nog schik van zal hebben.

Ik kan nu al bijna niet wachten tot het zover is. Jammer dat ik het nét niet zelf mee kan maken.
Binnenkort zal ik het op papier zetten. Iets dat zo grappig is moet maar geen fantasie blijven.

Dat is zo ongeveer wat leegte doet met je gedachten. Dit is wat er met je gebeurt wanneer je als een Kleinduimpje door die immense en oneindige Lapse bomenvelden rijdt.

Dit is wat het met je doet. En dit is wat ik nodig heb.

Volgende: Rovaniemi – De Kerstman
Vorige: Van Masi naar Kautokeino – Honger
Of begin hier gewoon bij het begin van mijn boek ‘Figurant in de Hoofdrol’

Categorieën: 4 Noord-Europa

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.