De feiten van een fietsreis – Cijfers

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

Harde en minder harde feiten

De feiten van een fietsreis - Cijfers

Als ik 100 willekeurige mensen 3 vragen zou laten stellen over mijn reis en als ik op basis van die antwoorden een verhaal zou schrijven, dan zou het een niet doorheen te komen slaapverwekkend geheel worden.

Of het nou vrienden van thuis, de lokale bevolking of toevallig passerende toeristen zijn, niemand lijkt in eerste instantie geïnteresseerd te zijn in smeuïge anekdotes, poëtische natuurbeschrijvingen of levensveranderende spirituele ervaringen. De eerste nieuwsgierigheid is zo goed als altijd naar harde, fantasieloze feiten. ‘Hoeveel lekke banden heb je gehad?’ ‘Dat zal wel veel kosten, zo’n reis?’ ‘Hoeveel kilometer fiets je op een dag?’ ‘Hoe lang ben je weggeweest?’ ‘Slaap je dan altijd in een tent?’

Om de honger naar dit soort wetenswaardigheden te stillen, zal ik daarom een kort hoofdstuk wijden aan deze droge kost.
Hieronder volgt dan ook een spervuur aan schijnbaar willekeurige feiten en cijfers, die de antwoorden zijn op vragen die ik talloze keren gesteld heb gekregen.

Heb je dus geen zin in pagina’s vol met kilometerstanden, heb je niks met reserveonderdelen en geografie of wil je niet continu met eurotekens om je hoofd geslagen worden, zap dan lekker door naar het volgende hoofdstuk zou ik zeggen.

Ben je daarentegen zo iemand die nog altijd alle rondetijden meeschrijft bij het schaatsen, verheug je dan maar op wat komen gaat, en probeer er vooral niet al te opgewonden van te raken.

Landen en grenzen

In totaal ben ik 1 jaar, 5 maanden en 1 week van huis geweest. In die 526 dagen ben ik door 48 landen gereden. In de 194 dagen die ik in Europa ben geweest, heb ik 26 landen aangedaan. 28 dagen ben ik in 1 Aziatisch land geweest en in Afrika heb ik 304 dagen doorgebracht in 21 verschillende landen. En dan heb ik Rusland tot Europa en Turkije tot Azië gerekend. Het land waar ik de meeste tijd heb doorgebracht is Zuid-Afrika. 35 nachten in totaal. In zowel Zweden als Gibraltar ben ik maar 1 nacht geweest.

In totaal 48 landen dus. Als je mij zelf laat tellen tenminste. Als je de Verenigde Naties laat tellen, dan tellen plekken als Transnistrië, Åland en Noord-Cyprus niet mee als land, maar de Westelijke Sahara weer soort van wel, terwijl dat laatste gebied zeker niet als land meegerekend wordt als het aan de regering van Marokko zou liggen. Laat je het Turkije bepalen, dan telt Noord-Cyprus juist wel mee en als Servië het voor het zeggen heeft, dan is Kosovo weer geen land. Ik houd het dus zelf op 48. Maar 42 mag van mij ook.

In totaal ben ik 60 keer een grens overgestoken en 15 keer heb ik daarvoor een visum nodig gehad. De moeizaamste grensovergang was die tussen
Wit-Rusland en Oekraïne.

Breedtegraden en geld

Naast grenzen ben ik ook breedtegraden gepasseerd, 106 om precies te zijn. Het noordelijkste punt, mijn eigenlijke beginpunt, was Knivskjelodden in Noorwegen op 71⁰11’ NB. Het zuidelijkste punt was Kaap Agulhas in
Zuid-Afrika op 34⁰50’ ZB. Het meest westelijke punt waar ik ben geweest is Saly in Senegal op 16⁰80’ WL en het meest oostelijke punt lag op 39⁰17’ OL. Dat was in Nungwi op Zanzibar. De noordpoolcirkel ben ik gepasseerd in Fins Lapland, de Kreeftskeerkring midden in de Westelijke Sahara, de evenaar in Kenia en de Steenbokskeerkring in het noorden van Zuid-Afrika.

In al die 42 tot 48 landen heb ik te maken gehad met 5 verschillende alfabetten en 33 verschillende valuta, waarvan de Wit-Russische roebel het minste waard was en de Letse lets het meeste. Van die eerste kreeg ik er voor 1 euro 12.400 en van de tweede kreeg ik voor diezelfde euro maar 70 cent. In al die verschillende valuta heb ik in totaal zo’n 27.000 euro opgemaakt en van al het geld dat ik in mijn handen heb gehad, heb ik 254 muntjes en 91 bankbiljetten mee naar huis genomen voor mijn geldverzameling.

Pretparken en monumenten

Wat het mooiste land om in te fietsen was, is een wat minder objectief en een niet op facts te checken feit. Dat was Zuid-Afrika. Het saaiste fietsland was Botswana. De mooiste stad was Sint-Petersburg. De leukste bevolking ben ik tegengekomen in Burkina Faso en de minst leuke bevolking in het zuiden van Roemenië.
Als het gaat om toeristische attracties, dan hebben de Victoriawatervallen in Zimbabwe de meeste indruk op me gemaakt.

Ik ben door 32 hoofdsteden gekomen en heb 30 Unescomonumenten bezocht. 18 keer ben ik in een museum, een kasteel of een ander cultuurachtig gebouw geweest. 1 pretpark heb ik bezocht, Tivoli in Kopenhagen. 3 keer ben ik naar een theater- of dansvoorstelling geweest en 1 keer naar de bioscoop. Ik heb 5 safaritochten gemaakt en heb daarop 4 dieren van de Big 5 gezien. Alleen een luipaard ben ik nergens tegengekomen. 1 keer heb ik een wijnexcursie gemaakt.

Afstanden en rust

In totaal heb ik 31.010 kilometer gefietst. Per maand is dat gemiddeld 1.821 kilometer, waarbij ik in januari 2014 het minst heb gefietst, 463 kilometer, en in oktober 2014 het meest, 2.477 kilometer.

Wat ik op een dag fiets, daar is geen pijl op te trekken. Dat is afhankelijk van de route, van de wind, van hoeveel zin ik heb en van waar ik naartoe wil.
Het grafiekje hieronder geeft een goed beeld van hoe vaak ik hoe ver heb gefietst.

Figurant in de Hoofdrol - kilometers per dag

Over het algemeen fiets ik dus tussen de 70 en de 110 kilometer per dag, en dan nog het vaakst tussen de 80 en de 90 kilometer. Mijn kortste fietstocht is 5 kilometer geweest, op Cyprus, en mijn langste 190 kilometer, in de Westelijke Sahara. De langste wandeltocht die ik heb gemaakt is 18 kilometer, naar Knivskjelodden, dat noordelijkste puntje van Europa.

Op 140 van de 526 dagen heb ik niet gefietst, of geen fietstocht gemaakt althans, want van en naar de fietsenmaker of de bakker tel ik daarbij niet mee. Het grootste aantal opeenvolgende dagen dat ik niet heb gefietst is 14, de periode dat ik op een schip op de Middellandse Zee zat. Mijn langste periode zonder rustdag is 22 dagen, meteen in het begin in Noord-Europa.

Mensen en materiaal

Tijdens mijn omzwervingen zijn er 6 personen voor langere tijd met me meegereden. Het langst heb ik gezelschap gehad van Ajda uit Slovenië. Met haar ben ik 7 dagen opgetrokken in Turkije. In Marokko is Jason uit Ierland 6 dagen met me meegefietst.

Om mijn weg te kunnen vinden door de wereld heb ik gebruik gemaakt van 16 landkaarten en 4 reisgidsen. Om me een weg te kunnen banen door de wereld heb ik 1 fiets nodig gehad, een Batavus, die me om en nabij de 1.200 euro heeft gekost. Ik heb onderweg 1 zadel, 1 remkabel, 3 versnellingskabels, 3 setjes tandwielen, 4 kettingen, 5 setjes remblokjes en 1 keer mijn pedalen moeten vervangen.

Ik heb 8 verschillende fietsenmakers bezocht in 6 verschillende landen. In totaal heb ik 9 buitenbanden en ook 9 binnenbanden gebruikt.
Hoeveel lekke banden ik heb gehad weet ik niet. Die tel ben ik kwijtgeraakt, maar het zijn er meer dan 100 geweest in ieder geval. Het grootste aantal lekke banden op een dag heb ik wel onthouden. Dat was 5. In Malawi. De eerste lekke band ook. Die was na 900 kilometer in Finland.

Ziekte en vervoer

20 keer heb ik met mijn fiets op een boot gezeten, waarbij de kortste overtocht 2 minuten was en de langste 12 dagen. Op weg naar de Noordkaap heb ik die fiets 2 keer in een trein en 2 keer in een bus moeten stoppen en van Togo naar Ethiopië heb ik hem per vliegtuig moeten vervoeren.
1 keer heb ik hem voor 12 kilometer achter in een auto moeten gooien. Dat was in Namibië.

Voordat ik ben vertrokken heb ik 7 inentingen gehad om ziektes te voorkomen. Dat valt mee, omdat ik de overige vaccins al voor eerdere reizen in mijn lichaam gespoten heb gekregen. In Afrika heb ik tussen Mauritanië en Botswana 33 malariatabletten geslikt, 1 per week, iedere zondag.

3 keer heb ik overgegeven. 1 keer omdat ik ziek was, 1 keer omdat ik zeeziek was en 1 keer van de drank. 1 keer heb ik langdurige ernstige diarree gehad en ik heb in totaal 4 dagen niet gefietst vanwege ziektes of blessures, maar ik heb geen dokters hoeven bezoeken. 1 keer ben ik zachtjes gevallen met de fiets, maar ongelukken heb ik niet gehad en nooit is er ook maar iets van me gestolen.

Slapen en gewicht

526 dagen op pad betekent 525 nachtjes slapen. Van die 525 nachten heb ik er 75 in mijn tent en 2 in de open lucht doorgebracht. 11 nachten heb ik bij mensen thuis en 19 nachten heb ik in het openbaar vervoer geslapen.
De rest van de nachten heb ik betaald om ergens binnen te kunnen slapen. Het minste wat ik voor een slaapplek heb moeten betalen zal iets minder dan 2 euro zijn geweest. Mijn duurste hotel was in Kopenhagen. Daar heb ik 168 euro per nacht moeten neertellen voor een hotelkamer in het hartje van de stad.

Mijn bagage heb ik in 6 fietstassen gestopt, die daarmee bij elkaar altijd tussen de 30 en de 32 kilo wogen. Mijn fiets zelf weegt een kilo of 20, dus ik was altijd met een gevaarte van zo’n 50 kilo onderweg, mijn eigen gewicht dan natuurlijk niet meegerekend.
Als ik dat wel zou doen, dan zou het totaalgewicht steeds lager zijn geworden. Hoeveel ik voor vertrek precies woog weet ik niet. Hoeveel ik ben afgevallen ook niet, maar tussen de 8 en de 10 kilo zal het zeker wel zijn.

De hoogste temperatuur waar ik in ben beland is ruim 55⁰C in de zon in Mali. De laagste temperatuur was -8⁰C, toen ik ergens in het noorden van Griekenland in mijn tent lag. Ik heb 13 nieuwe kledingstukken aangeschaft en 1 keer heb ik mijn schoenen moeten vervangen. 4 keer ben ik naar de kapper geweest. Ik heb 15 boeken gelezen en 3 dagboeken volgeschreven.

En de terugvlucht duurde 20 uur.

Volgende: Zuidelijk Afrika – Van Tukuyu naar Karonga – Laatste loodjes
Vorige: Van Chimala naar Tukuyu – Hernia
Of begin hier gewoon bij het begin van mijn boek ‘Figurant in de Hoofdrol’

Categorieën: 17 De Feiten

0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.