De kameleon – Comfortabel bad

Gepubliceerd door Marco Singelenberg op

Het geheim van de reiziger

De kameleon - Comfortabel bad

Dat is het geheim van de reiziger. De kameleon zijn.

Je kunt plannen. Reisgidsen lezen. Je voorbereiden. Advies inwinnen. Lijntjes trekken op landkaarten. Woordjes leren uit talen waar je nog nooit van hebt gehoord.
Je kunt hele weekenden verprutsen aan fietskilometers over heidevelden die je inmiddels kent als de binnenzak van een te kleine jas. Je kunt je laten inenten en je kunt al je geld steken in vochtabsorberende shirts, waterafstotende schoenen, ademende regenpakken, comfortabele handschoenen, lichtgewicht afritsbroeken, warme fleecetruien, stevige fietstassen of in een spoedcursus bandenplakken.

Ik zal niet degene zijn die dat nutteloos noemt. Of zinloos.
Wel overschat. Overschat noem ik het wel.

Natuurlijk is het belangrijk om uit te zoeken wat je waar allemaal kunt doen, om een goede uitrusting te hebben en dat je je fiets kunt repareren als die stuk is. Natuurlijk is dat belangrijk.
Maar dat is niet waar het om draait. Het is niet wat maakt dat je je maandenlang als een vis in het water kunt voortbewegen door een onbegrijpelijke wereld vol onbekende gewoonten, gedaanten en omstandigheden.

Wil je dat wel kunnen, dan moet je ervoor zorgen dat je ook de kameleon wordt. Voor zover je dat nog niet bent tenminste.
Dan moet je ervoor zorgen dat je onder alle omstandigheden flexibel kunt en durft te zijn. Dat je overal tegen kunt. Dat je met alle winden mee kunt waaien én vol tegen de wind in kunt beuken. Dat je niet in de war raakt als juist datgene gebeurt waar je nooit op had gehoopt. Dat je begrijpt dat je de omstandigheden niet naar je hand kunt zetten, maar dat de omstandigheden jou naar hun hand zullen zetten. Altijd maar weer.

Dat comfortabele bad

Als je ook de kameleon wilt worden, dan zul je allereerst uit dat comfortabele warme bad dat je je leven noemt moeten stappen. Al die vastigheid, die standvastigheid, die controle, die zul je moeten laten varen.
Niet altijd hoor.
Gewoon zo af en toe.

Want het lijkt zo praktisch en het is zo prettig. Dat leien dakje.
Iedere dag die wekker om zes uur. Opstaan. Douchen. Ontbijten. Bus om half acht. Trein om tien voor. Half negen op het werk. Koffie. Krantje. Van huis meegenomen broodjes kaas eten in de kantine met het vaste groepje mensen. En wat lekkers voor erbij. Om vijf uur weer naar huis. Daar eten maken. Stamppot, want het is winter en het is woensdag. Journaal op televisie. Twee koppen koffie. Glaasje rode wijn. Tot half elf zappen. En dan naar bed. Want morgen gaat de wekker weer om zes.

Zolang je er keurig in kunt blijven hangen is zo’n ritme meer dan aangenaam.
Maar onderweg heb je er niks aan.
Onderweg heb je niks aan dat comfortabele bad waar je al jaren in ondergedompeld bent. Onderweg kun je niet alles krijgen zoals je het wilt. Onderweg krijg je te maken met de meest uiteenlopende situaties. En veranderen ga je die situaties niet, dus kun je er maar beter voor zorgen dat je ermee om kunt gaan. Dat je overal altijd tegen kunt.

Onderweg

Want wat nou als het de hele nacht niet onder de 35 graden is geweest, je daardoor geen oog dicht hebt gedaan en je toch om half zes weer op moet, omdat je tent op een plek staat waar ’s nachts niemand je ziet, maar die overdag vol in het zicht staat?
En wat nou als de zon vol op je knar schijnt, je hoofd uit elkaar lijkt te spatten, je rug pijn doet, je benen verzuurd zijn, je geen water en eten meer hebt, het volgende dorp nog zeker een halve dag fietsen is en die schrijnende schaafwond op je kont ook niet echt helpt?

Wat nou als de dunne poep langzaam je fietsbroek in begint te sijpelen en er in geen velden of wegen een toilet te bekennen is?
Wat nou als je vegetariër bent en alles wat je aan eten kunt vinden een halfgaar stuk vlees is, dat van nature niet zwart is, maar dat wel zwart lijkt vanwege alle vliegen die er al de hele dag van aan het smikkelen zijn?

Onderweg moet je met al deze benarde omstandigheden om kunnen gaan. Onderweg is het soms zo onvoorstelbaar warm dat je je er niet op kleden kunt. Onderweg kun je niet iedere dag schone kleren aantrekken en kun je het je niet veroorloven het weinige water dat je nog hebt te gebruiken om je handen te wassen, als je net midden in het bos je donkergele ochtendurine hebt staan lozen naast je tent. Onderweg moet je genoegen nemen met het eten en drinken dat je krijgen kunt, of dat nou döner kebab, macrobiotische groente, een traditioneel en smakeloos Afrikaans gerecht, een hamburger waarvan je zeker weet dat die al de hele dag buiten in de zon heeft liggen rotten, regenwater of zelfgestookte alcohol is.

Waar het om gaat

Het gaat er niet om dat je 100 kilometer op een dag kunt fietsen. Het gaat erom dat je 100 kilometer kunt fietsen als het 50 graden is, en daarna nog 20 omdat je geen slaapplaats kunt vinden.

Het gaat er ook niet om dat je het fietsen dag in dag uit van negen tot vijf kunt volhouden. Het gaat erom dat je, als het moet, de ene dag om half zes je tent uit kunt stappen om in de vrieskou te ontbijten en dat je vervolgens tot zeven uur ’s avonds door kunt blijven gaan, terwijl je de andere dag niet aan fietsen toekomt. Omdat je geen zin hebt. Of omdat je urenlang door bureaucraten in derdewereldlanden van kastjes naar muren wordt gestuurd.

Het gaat er niet om dat je iedere dag weer keurig regelt dat je afgesloten flessen mineraalwater bij je hebt. Het gaat erom dat als je die afgesloten flessen een keer niet bij je hebt, je ook kunt overleven op het regenwater uit die put in dat afgelegen Ethiopische dorp. En dat er daarna niet twee weken lang een stortvloed van vloeibare poep je darmkanaal uit spuit.
Het gaat er niet om dat je zo standvastig mogelijk bent en dat je altijd weet waar je voor staat. Het gaat erom dat áls je besluit je mond open te trekken, je maar beter kunt weten welke mening wel of niet gepast is.
En het gaat er niet om zoveel mogelijk leuke mensen tegen het lijf te lopen. Het gaat erom dat je niet helemaal gek wordt als je een week lang helemaal niemand tegen het lijf loopt.

Weg met dat warme bad

Om de kameleon te worden moet je overal mee om kunnen gaan en alles overboord kunnen gooien. Weg met dat comfortabele leven. Weg met die hygiëne. Weg met dat vaste ritme. Weg met de principes. Weg met dat warme bad.

Begin voor de grap eens met het niet meteen aantrekken van die lekker warme trui als het ’s avonds rond achten in de tuin wat af begint te koelen.
Zet die centrale verwarming eens niet een graadje hoger bij de eerste de beste griebel over de rug.
Trek nu eens niet die afzichtelijke korte broek aan bij het doorkomen van de eerste zonnestralen in de lente.
Open eens niet meteen die paraplu bij het vallen van de eerste regendruppel.

Warme sjaals. Elektrische dekens. Thermo-ondergoed. Vloerverwarming. Airco in de auto. Laat het voor wat het is. Wees maar niet bang. Je vriest niet meteen dood en nat worden is helemaal niet zo erg als je jezelf al die jaren ingebeeld hebt. Zweetdruppels ook niet.
Wees maar niet bang. Omarm die heerlijke vrieskou. Geniet ervan als de zon schijnt op je bolletje.

Een paar stappen verder

Duidelijk?
Oké.
Gaan we een paar stappen verder.

Sla die dagelijkse douche maar een keer over. Trek op een dag spontaan een keer geen schone onderbroek aan. En de dag erna ook niet. Vergeet op een avond die huidverzorgende crème aan te brengen voor je gaat slapen. Was je handen eens niet na een toiletbezoek, ook niet als je per ongeluk met je duim door het papier hebt geprikt. Poets je tanden niet. Is helemaal niet erg voor een keer.

Laat de stofzuiger een week in de kelderkast staan. Doe die laatste twee plakken cervelaatworst, die al een paar uur buiten de koelkast liggen, op je boterham. En eet die vervolgens op. Eet dan een week geen groente, maar prop je helemaal vol met troep die slecht voor je is en eet daarna eens een dag niet. Of sla op z’n minst de lunch een keertje over.
Ga vervolgens voor het avondeten eens helemaal alleen uitgebreid uit eten in een chic restaurant en doe daarbij dan net alsof dat niet ongemakkelijk is.

En laat dat comfortabele dagelijkse leefritme voor de verandering een keer los.
Begin een uurtje later met werken. Of kijk op een avond die film helemaal af, drink daarbij een hele fles wijn leeg en sta de dag erna toch om zes uur op.

Als dat je allemaal zonder problemen lukt, als al die fysieke ongemakken geen ongemakken meer zijn, dan ben je al aardig op weg.

Een flexibele geest

Maar het is niet alleen je lichaam dat flexibel moet zijn. Ook je geest moet zich zo nu en dan in de raarste bochten kunnen wringen.
Bijvoorbeeld op dagen waar maar geen einde aan lijkt te komen.
Maak dan die geest maar eens wijs dat ook vandaag dat einde toch gewoon weer komt.

Er zijn momenten waarop je al dagenlang geen levende ziel bent tegengekomen en je ernaar smacht om iemand te zien, al was het alleen maar om gedag te kunnen zeggen. En net als je een beetje gewend begint te raken aan al die eenzaamheid, dan kom je weer ergens terecht waar je geen seconde alleen bent, waar iedereen naar je roept, waar de auto’s aan alle kanten rakelings langs je heen scheuren, waar iedereen alle aandacht die je in je hebt op probeert te slurpen en waar je zo goed als meteen weer naar die eenzaamheid verlangt.

Constante verandering

Constante verandering.
Nooit weet je eigenlijk precies waar je aan toe bent. Van het ene op het andere moment moet je switchen van eenzaamheidsmodus naar sociaal vaardig wezen en net als je in een of ander land ontdekt hebt waar je het beste een brood kunt kopen, moet je de grens over naar het volgende land en verkopen ze weer op hele andere plekken hele andere broden.
Als ze er al broden verkopen.

Net als je snapt dat je de lokale valuta door tweehonderd moet delen, kom je weer in een land waar je alles maal anderhalf moet doen om te kunnen doorgronden hoeveel iets in jouw ogen kost.
Op iedere nieuwe plek zijn er weer andere gewoontes, andere waarden, andere manieren van groeten en is er weer een andere mentaliteit. Steeds opnieuw moet je het wiel uitvinden. Steeds opnieuw moet je uitvinden waar je het beste kunt slapen, welke toon je aan moet slaan en hoe een supermarkt werkt.

En daar moet je mee om leren gaan. Daar moet je moeiteloos tussendoor kunnen manoeuvreren.

Een flexibele mening

Constante verandering dus. Altijd en overal. Altijd en overal moet je flexibel zijn. In alles. Maar waar je op reis misschien nog wel het meest flexibel in moet zijn, dat is in het hebben van een mening.

Neem bijvoorbeeld mijn mening. Ik heb vaak een nogal afwijkende mening, die door andere mensen niet altijd begrepen wordt. Niet omdat ze die niet willen begrijpen, maar omdat ze er met hun verstand niet bij kunnen.
Daar heb ik thuis al regelmatig last van met mensen die me wel goed kennen, dus je kunt op je vingers natellen hoe dat moet zijn in Afrikaanse dorpjes waar ze nauwelijks blanke mensen zien.

Wat het uiten van die mening betreft heb ik daarom een eenvoudige, maar duidelijke strategie ontwikkeld.
Meelullen en op de vlakte blijven.

Zolang alles koetjes en kalfjes is loopt dat wel los. Dan praat ik wel een beetje mee en komt het allemaal wel goed. Dreigt het gesprek echter een serieuze politieke of religieuze kant op te gaan, dan gaan er bij mij altijd een paar alarmbellen rinkelen. Dat zijn onderwerpen waar ik me als het ook maar even kan niet aan zal wagen.

Maar eraan ontkomen lukt niet altijd.

Politiek

Gaat het over politiek of over politiek gevoelige onderwerpen, dan laat ik alles wat ik zelf vind varen en ben ik het in alles per definitie eens met mijn gesprekspartners.
Vinden ze hun president of koning helemaal geweldig, dan ben ik ook een groot fan. Zijn ze tegen het homohuwelijk, voor vrouwenbesnijdenis of tegen de doodstraf, dan voel ik me nooit of te nimmer de aangewezen persoon die ze op andere gedachten zou moeten brengen.
Ik knik instemmend mee met de meest afschuwelijke levensbeschouwingen en ik kan vol walging kijken als het gaat over de meest sympathieke ideeën.

Religie

Politiek is dus no-go.
Maar met godsdienst ligt het nog veel gevoeliger.
Als ik op reis daarom ergens buigzaam in ben geworden, dan is het wel op het gebied van de religie.

Op reis heb ik het er dus liever niet over, maar hier durf ik mijn werkelijke standpunt wel op te schrijven.

Ik heb geen religie. Ik ben geen gelovig man. Ik geloof niet in een god, maar een echte atheïst ben ik niet.
Vroeger was ik er stellig van overtuigd dat er absoluut geen God kan bestaan, maar zo stellig ben ik niet meer. Waarom uitsluiten dat er een Here der Heerscharen bestaat die de touwtjes stevig in handen heeft? Wat schiet ik daarmee op?
Het zou toch maar zo kunnen dat er wel een God bestaat, of een ander Opperwezen dat alles bepaalt en alles controleert?

Maar het zou net zo goed kunnen van niet.

Eerlijk gezegd maakt het me helemaal niet uit. Wel of geen God. Lood om oud ijzer. Ik heb wel belangrijker dingen om me druk over te maken en ik zal daar te zijner tijd wel verantwoording voor afleggen, mocht dat ooit nodig zijn.

Maar met die opvatting kom ik nergens. Dat snapt helemaal niemand. Een Russisch-Orthodoxe monnik, een Gambiaanse moslim of een toegewijde Zuid-Afrikaanse christen, geen van allen zullen ze me begrijpen als ik ze vertel dat ik niet in de Almachtige geloof.
Ook iemand die het niet uitmaakt, die zoekende is, of die zegt te geloven dat er wel ‘iets’ is tussen hemel en aarde, zal vaak zonder enig spoortje van begrip vragend worden aangekeken.

Katholiek alleen in nieren

Wat mensen waar dan ook ter wereld daarentegen wel snappen, is dat iemand uit Europa christelijk is. Daarom heb ik mezelf maar een geloof aangemeten. Op reis ben ik Rooms-Katholiek. Dat is geloof ik wel een geloof dat bij me past. Lekker symbolisch. Lekker bourgondisch. En ik weet er het een en ander vanaf, zodat ik niet bij de eerste de beste vraag keihard door de mand zal vallen.

Ja, het katholieke geloof, dat ligt me wel.
Ik heb me langzamerhand dan ook min of meer ontpopt tot een soort omgekeerde Petrus.
Waar deze trouwe volger van Christus Hem in korte tijd nog drie keer verloochende door te zeggen dat hij Hem niet kent, daar heb ik oeverloze malen het tegenovergestelde gedaan, door te beweren dat Hij ook mijn verlosser is.

En dat bevalt prima.
Geen oeverloze discussies die nergens toe leiden en geen onnodig onbegrip.

Soms ga ik in mijn fantoomuitoefening van het geloof zelfs zo ver dat ik mijn hele familie tot het katholicisme bekeer. Bijvoorbeeld die keer dat een islamitische Mauritaanse politieagent me vroeg waarom ik me toch niet op het ware geloof wilde richten.
Ik hoefde hem alleen maar onbeschaamd te vertellen dat dat te wijten moet zijn aan de jarenlange indoctrinatie waaraan mijn arme ouders, broer en zussen me hebben onderworpen en met een begripvolle blik in zijn ogen legde hij een hand op mijn schouder om aan te geven dat hij ook wel snapte dat aan zoveel mentaal geweld weinig eer te behalen is.

De kameleon zijn helpt

Of het nou fysiek, intellectueel, mentaal of gevoelsmatig is, het is dus belangrijk om de kameleon te zijn. Om op alle denkbare vlakken tegen alles bestand te zijn. Om als in een school vissen met de massa mee te kunnen bewegen, maar als het moet ook tegen alle stromingen in te kunnen gaan.

Dat helpt.
De kameleon, de slangenmens, de Barbapapa zijn, het helpt.

Als je op reis wilt gaan en de strijd met de elementen wilt aangaan tenminste.
Ben je dat helemaal niet van plan, wil je helemaal geen strijd aanbinden met welke elementen dan ook, blijf dan maar in je comfortabele warme bad liggen.

Dat zou ik in dat geval ook doen. Denk ik.

Volgende: West-Afrika: Van Barrage de Diama naar Saint-Louis – Stukje hemel
Vorige:
De kameleon – Sociale kluizenaar
Of begin
hier gewoon bij het begin van mijn boek ‘Figurant in de Hoofdrol’

Categorieën: 13 De Kameleon

0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.